Ben jij een ‘kloon-coach’?

Volgen jouw sporters jouw aanwijzingen blindelings op? Als jouw pupillen anderen training geven, geven ze dan precies dezelfde aanwijzingen als jij? Doen ze dezelfde warming-up methode? Krachtoefeningen? Opbouw van techniek? Misschien gebruiken ze zelfs jouw vaste slogans! Dat voelt misschien als een compliment, maar is dat het ook? Of heb je jouw sporters tot afhankelijke groupies gemaakt, die alles volgen wat jij zegt? Dit is niet wenselijk. Want echte toppers in de sport, zijn zelfstandig en onafhankelijk. Dus tijd voor een reality-check!

Mijn reality-check vond een week geleden plaats, toen mijn pupillen elkaar corrigeerden en ik doorvroeg naar het waarom. Het gevolg:…… (inderdaad, niets!). Het bleef muisstil. Ik heb blijkbaar mijn voltigeurs geleerd mij na te apen, zonder kritisch te zijn op wat ik doe! Dat is niet handig, want zelfs sportpsychologe Nicky Bosman is het met mij eens, dat een zelfstandige sporter veel meer potentie heeft om te pieken dan een afhankelijke.

Dus even een theorielesje voor mijn voltigeurs: waarom doen we het zo? Maar ja, dat maakt het alleen maar erger. Want als nog geloven ze blindelings, hetgeen wat ik zeg. Een collega van mij toonde dit aan in een college door te praten over een albatros tijdens een anatomie college. Door alle Latijnse benamingen, hadden studenten niet eens gemerkt dat de albatros geen anatomische term is en dus niet in het lichaam bestaat. Ze namen zijn ‘fake fact’ voor waarheid aan. Dat wil je niet bij je sporters. Je zou het in ieder geval niet moeten willen.

Maar hoe zorg ik dan wel dat ze zelfstandig na blijven denken? Simpel, wees niet de oplossing! Als ze het antwoord niet weten, laat het ze opzoeken. Kunnen ze het niet vinden, vraag naar hoe ze gezocht hebben en hoe ze dit anders zouden kunnen doen. Je merkt het al, het gaat vooral om doorvragen, in plaats van antwoord geven. Misschien klinkt dit als omslachtig, maar hierdoor gaan jouw sporters zich competent voelen en ervaren ze autonomie. Vooral als je tussendoor positieve feedback geeft.

Hierdoor wordt de intrinsieke motivatie getriggerd en hoef je niet aan een ‘dood paard’ te trekken om ze in beweging te krijgen. Deze methode wordt toegepast in het didactisch coachen en in de oplossingsgerichte therapie.

Dit zijn niet alleen sport skills, maar ook life skills. Want iedere sporter is ook een mens. Uiteindelijk hoef je daardoor  minder hard te werken;)

foto’s: www.pixabay.com

Hoe leer ik makkelijk voltigetechnieken aan?

Minder praten en meer laten doen. Dat zou het motto moeten zijn als je kijkt naar de recente ontwikkelingen in het motorisch leren. Externe focus, knowledge of results en niet te vergeten de impliciete kennisopbouw, is een flinke opmars aan het maken binnen de sportwereld. Maar wat kan je hiermee als voltigeur? Dat is niet zo moeilijk, let maar op!

Van belang is dat jouw coach weinig tegen je praat en aanspraak maakt op het zelfregulerende vermogen van het lichaam. Je wil dat het lichaam zelf gaat corrigeren bij fouten. Zonder dat je teveel moet na denken. Net als dat ons lichaam vanzelf corrigeert als je van een stoep afstapt. Dus als iets fout gaat: doe het nog een keer. Laat niemand nog feedback geven. Waarschijnlijk gaat het automatisch beter de tweede keer. Vooral als je je focust op iets in de omgeving. zwaaien naar het dak bijvoorbeeld.

Werkt dit niet? creëer dan zo’n omgeving dat het maken van fouten niet gebeurd. Of zo min mogelijk in ieder geval (foutloos leren). Bijvoorbeeld opzwaaien met behulp van een salto gordel. Zo slijpt de beweging er vanzelf in.

Of laat een video zien van de beweging, dan kan je leren middels observerend leren. Op dezelfde manier heb je ooit leren lopen.

Daarnaast is het van belang om veel te variëren. Zodat jouw lichaam in kan spelen op iedere situatie. Bedenk daarbij dat fouten maken, juist variaties zijn. Variaties waar het lichaam op in moet spelen om zich te kunnen handhaven. Hoe beter het lichaam dit kan, hoe sneller en stabieler een sporter de techniek onder de knie kan krijgen. Fouten maken is dus essentieel om te kunnen leren.

Het voordeel is dat het ‘choking under pressure‘ fenomeen minder snel optreedt en je prestaties op wedstrijden verbeteren. Je gaat namelijk op de automatische piloot en denkt niet na over wat je moet doen. Want je weet niet hoe je het doet (het is je niet stap voor stap uitgelegd), dus moet je wel vertrouwen op je lichaam en niet nadenken, maar voelen. wat je ook doet als je wandelt of fietst.

Een laatste voorbeeld methode is eindpunt leren. Bijvoorbeeld met het opzwaaien. Maak een handstand (bij voorkeur op de ton) en laat jezelf langzaam zakken tot zit. Je doet de beweging achterstevoren, waardoor je voelt welke spieren gebruikt worden en hoe de beweging aanvoelt. Dit kan je natuurlijk doen met vangers, als je nog onvoldoende kracht heb. Al is een goede handstand op de grond kunnen maken een basisvoorwaarde!

Voor meer ideeën en tips? Bestel het boek ‘oefenen is meer dan trainen‘ en leer alles over de handige inzichten vanuit de wetenschap binnen de sport!