Hoe motiveer ik mijn sporter? (deel 2)

In mijn vorige blog beschreef ik hoe makkelijk je werk als coach wordt als je de passie en daarmee indirect de intrinsieke motivatie van jouw sporter vindt. Dan hoef je veel minder te pushen, te motiveren en het werkt bovendien nog veel efficiënter. Maar hoe vind je deze passie?

Aangezien geen één sporter hetzelfde is, is ook niet één aanpak om de passie bij jouw sporter te vinden. Maar er zijn wel een aantal handvatten. In deze blog bespreek ik er drie.

Een eerste optie is om je sporter eens een week bij te laten houden waarvan deze energie krijgt. Dit kan de sporter doen door aan het einde van de dag even stil te staan bij wat diegene gedaan heeft. Dit kan de sporter dan opschrijven. Daarna kan de sporter bij iedere activiteit neerzetten hoeveel energie dit opleverde of misschien wel hoeveel energie dit kostte. Dit kan met smiley’s, plusjes en minnetjes, cijfers en zelfs met duimpjes omhoog of omlaag. Wat bij jouw sporter past.

Activiteiten die energie kosten, maar ook evenveel opleveren, of misschien zelfs meer, zijn activiteiten die je graag doet. Activiteiten die energie opslokken, zijn vaak activiteiten die je niet graag doet. Als jouw sporter hier een overzicht van heeft, komt het lastige deel. Want waarom kosten deze activiteiten energie of leveren ze juist energie op? Dit kan te maken hebben met; het doel, de verantwoordelijkheid, de relatie met de omgeving, hoe competent de sporter zich voelt, tijdstip van de dag, de ervaren autonomie.

Het is van belang om te weten of de sporter deze activiteit altijd leuk vind of onder specifieke omstandigheden. Hoe vaker je dit bespreekt met je sporter en hoe explicieter of concreter de sporter kan benoemen waarom iets leuk is of niet, hoe beter je kan achterhalen waar de ‘echte’ passie van de sporter ligt en je deze beter kan motiveren.

Een tweede optie is om bewust verschillende werkwijzen aan te bieden tijdens de training en de sporter te observeren. Men kan oefeningen in groepsverband aanbieden, schema’s voor thuis en oefeningen die men zelfstandig moet doen. Ook kan men bewust heel veel techniek trainingen doen of juist veel wedstrijdjes spelen. Dan kan je zelf observeren hoe de sporter hierop reageert en dit daarna bespreken met de sporter. Deze wijze is gelijk ook heel praktisch, omdat je direct trainingsmethoden gevonden hebt die bij je sporter passen.

De derde optie is om jouw sporter de opdracht te geven iets te vertellen over de reden waarom diegene deze sport is gaan doen en dit te laten presenteren. In een team kan men dit aan elkaar presenteren. Hier laat je het hele proces dus aan de sporter zelf over. Deze moet dan ook wel in staat zijn goed te kunnen reflecteren en de passie voor het sporten ook als zodanig te herkennen. Je kan je voorstellen dat dit zeer leeftijdsafhankelijk is.

Dit waren mijn suggesties voor nu, heb je nog aanvullende tips of suggesties: laat je horen! 

Hoe motiveer ik mijn sporter? (deel 1)

Deci en Ryan (2002) beschrijven in hun zelfbeschikkings-theorie hoe men de intrinsieke motivatie zou kunnen aanwakkeren. De motivatie vanuit de sporter zelf. Met andere woorden: zodat jij als coach niet hoeft te trekken aan een dood paard. Wil jij ook dat jouw sporters uit zichzelf gaan bewegen? Lees dan vooral verder!

Volgens Deci en Ryan zijn er drie universele, psychologische behoeften, die bijdragen tot intrinsieke motivatie. Namelijk:

  • jezelf competent voelen; ik kan het!
  • autonomie ervaren; ik mag zelf ook meebepalen!
  • verbinding voelen met de omgeving als; jullie zijn belangrijk!

Wat Opvallend is dat juist die laatste behoefte niet veel onderzocht is. Terwijl dit juist een sleutelelement kan zijn voor intrinsieke motivatie. Dit kan, in mijn ervaring, jouw oprechte passie oproepen. Dit komt omdat je passie hebt voor iets wat belangrijk voor jou is. Iets is pas belangrijk, als je jezelf ermee verbonden voelt, als het er voor jou toe doet. Dat het betekenis heeft voor jou en misschien zelfs voelt als een onderdeel van jezelf.

In mijn eigen leven heb ik dit onlangs meegemaakt bij mijn eigen gezin. Mijn man is namelijk niet zo sportief, dit staat zelf onderaan zijn prioriteitenlijstje. Bovenaan staan; zijn gezin, zijn familie, zijn vrienden en daarnaast wil hij graag emigreren naar Noorwegen. Zo graag dat ik me over had laten halen om deze zomervakantie twee weken in Noorwegen door te brengen. De derde dag van onze vakantie, begonnen we vol goede moed aan een wandelroute langs de kust.

Al gauw bleek onze kustwandeling meer een bergbeklimming te zijn, zonder een echt pad, zonder hekwerk en met een overvloed aan steile afgronden. Ik stond doodsangsten uit, want de oudste van 2,5 wilde per se zelf klimmen, lopen en springen. Maar mama zag haar al onderaan de afgrond liggen met een bebloed hoofd en vond dit alles behalve een goed idee. Het was warm, gevaarlijk en de route bleek veel langer dan verwacht.

Ik zag het steeds minder zitten, mijn dochter werd te zwaar voor mij om te tillen, maar ik wilde haar niet in gevaar brengen door haar zelf te laten lopen. Mijn wanhoop kwam steeds dichterbij, zouden we hier ooit nog veilig vandaan kunnen komen?

En daar was de redder in nood: mijn man. Hij zette de oudste op zijn nek op zijn nek, met de baby in zijn rugzak en klom stug door de rotsen omhoog. Hij wees mij zelfs nog op het mooie uitzicht en de prachtige natuur. Binnen ‘no time’ stonden we moe, maar voldaan bij de auto. Ik was verbaasd!

Toen ik hem vroeg waarom hij deze wandeling zo goed volgehouden had, zei hij: “ ik moet mijn meiden toch beschermen en het goede voorbeeld geven?”. En dat had hij zeker gedaan! Door het belang van zijn gezin, was zijn passie aangestoken en kende zijn intrinsieke motivatie geen grenzen. Waarbij hij bij het sporten het bijltje er allang bij neergegooid zou hebben.

Dus niet alleen de autonomie en jezelf competent voelen is van belang voor je motivatie, maar ook de verbinding die je voelt met je omgeving. Hoe meer verbinding je ervaart, hoe groter de passie en hoe groter de passie, hoe groter je vastberadenheid, wilskracht en vermogen om te presteren.

Wat ik mezelf dus ben gaan realiseren: als je de juiste verbinding vindt en de passie van je sporter daardoor ontdekt, hoef je als coach alleen nog maar achterover te leunen;)

Hoe kan je deze passie van je sporter vinden? dat vertel ik in mijn volgende blog!

Literatuur: Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2002). Handbook of self-determination research. University Rochester Press.