De religie die ik zie

Religie krijgt door de IS, anti-vaxxers en pedofielen in de kerk, een slechte naam. Op Facebook lees ik dat religie haat zaait, de samenleving verdeeld en leidt tot extremisme en geweld. “Als we religie afschaffen, zijn alle problemen opgelost” is de algemene deler. Als atheïst, wonende in een christelijke gemeenschap en werkende in de meest multiculturele stad van Nederland, zeg ik: zet je fobische argwaan even opzij en kijk oprecht om je heen!

Wat men ziet in het nieuws zijn (voor ons) onbekende dingen, zaken die opmerkelijk zijn en niet alledaags. Wat je in het nieuws ziet, is niet gelijk aan wat jij dagelijks meemaakt. Hoeveel onthoofdingen heb jij van dichtbij gezien? Hoe vaak ben jij belaagd als ongelovige? Hoe vaak ben jij in elkaar getrapt door een groep gelovigen?

In mijn straat wonen islamieten, atheïsten en streng gelovigen christenen. Geheel veilig en zonder conflicten. Zelfs met ongedwongen mooi weer-gesprekken en buurtbabbels. In onze supermarkt, praat de kassière net zo gezellig met een Islamitische vrouw, met hoofddoek, als met mij. Onze grootste conflicten gaan over het verkeerd gebruik van de buurtApp. Is dit alleen weggelegd voor dorpen als Moerkapelle?

Ik reis drie keer in de week met de metro naar en van Rotterdam. Vrouwen met hoofddoeken, mannen met tulbanden, blanke mensen, donkere mensen, allemaal in een kleine ruimte. In de afgelopen vijf jaar heb ik nog nooit een conflict meegemaakt. Ik zie een oudere die geholpen wordt na een val, een zwangere vrouw die moet blijven staan en papieren kranten die gelezen en vergeten worden. In de metro zie ik de echte maatschappij.

Laten we vervolgens de oogkleppen van massahysterie afzetten. Dan kunnen we drie groepen onderscheiden; extremisten, gelovigen en ongelovigen. Naast extremisten in het geloof, bestaan deze ook in de voetbalwereld en in het uitgaansleven. Allemaal uit op geweld. Waardoor ze hun groepsgenoten een slechte reputatie geven. Dit zijn geen gelovigen, maar psychopaten die een excuus nodig hebben.

foto: Bram Hanemaaijer

Dan de gelovigen: toen mijn gezin door een moeilijke tijd ging, vingen kerkelijke vrijwilligers ons op, waar de gemeente tekort schoot. In Delft staat een Christelijk buurthuis ten midden van studenten- en bejaardenflats. Iedere vrijdag kan men er tosti’s en taart eten of ‘s avonds aanschuiven voor het diner. De middagsoep komt van een Marokkaanse man, de eigenaar is getrouwd met een Amerikaanse en er woont een geadopteerd meisje uit Nigeria. Ieder geloof, iedere taal, maar vooral ieder mens is daar welkom. Een religieuze buurtgemeenschap, waar religies samen komen en de gemeenschap versterken.

Dan hebben we de ongelovigen. Zij hebben het recht om ongelovig te zijn en te blijven. Maar ook op correcte informatie. Daarom zouden iedereen, gelovig en ongelovig, juist leren moeten over elkaars geloof om het onbegrip voor elkaar te verkleinen. Een school is de ideale professionele pedagogische setting om, in ieder geval, kinderen te leren over verschillen en gelijkenissen tussen iedereen. Dat is een verrijking voor ieder kind.

De strekking van dit pleidooi is dat religie gemeenschapszin en sociale binding kan brengen. Juist in de decembertijd komt deze binding naar voren. Al onze decemberfeesten hebben tenslotte wortels in religie of geloof. Dat is ook de kern; religie is niet het probleem, het respecteren van elkaar en samen de wereld beter willen maken is wel de enige oplossing.

Voor mijn lieve meisjes

Hoe is jullie dag? Leuk? De mijne niet zo. Ik lees net een bericht over moeders die spijt hebben van het moederschap. Moeders die niet nog een keer moeder zouden worden, als ze terug in de tijd mochten met deze voorkennis. Mama vindt het moeilijk om zoiets te lezen. Want mama heeft ook een moeilijke tijd gehad, toen ze mama werd. Maar bij mama heeft het er juist voor gezorgd dat ze sterker werd. Zichzelf ging accepteren en van zichzelf ging houden zoals ze is. Ik gun dat deze mama’s zo graag.

Mama is niet boos op deze mama’s. Jullie hebben mij tenslotte geleerd om eerst iemand te leren kennen, voordat je gaat oordelen. Vol met nieuwsgierigheid en met een grote glimlach. Leer eerst iemands verhaal kennen, voor je een mening hebt. Misschien is het een verhaal van onmacht, verdriet en zelfs eenzaamheid. Misschien kregen deze mama’s niet genoeg hulp of mochten ze niet kiezen of ze kinderen wilde krijgen. Want een moeder willen worden zou toch een keuze moeten zijn?

Voor sommige volwassenen is dit misschien moeilijk om te horen. Zij zouden graag zo’n mooi wondertje willen hebben, maar het lukt ze niet. Het mogen krijgen van een kind is ook een fantastisch geschenk. Maar er zijn al zoveel mensen op de wereld. Vooral te veel kinderen in een opvangtehuis. Zij hebben geen mama of papa. Of hun mama of papa kan niet voor hun zorgen. Dus waarom zouden mensen dan per se kinderen moeten krijgen? Je bent toch niet alleen nuttig als je kinderen hebt?

Mama heeft vroeger wel getwijfeld of ze nuttig was voor de wereld. Vooral toen ze mama werd. Mama had het gevoel dat ze te kort schoot, niet voldeed. Dat ik niet goed genoeg was voor jullie of voor de wereld. Ik schaamde mij diep, maar dat lieten jullie niet toe.

foto: Bram Hanemaaijer

Ook al was mama boos, jullie wilde bij mij zijn. Als mama verdrietig was dan kwamen jullie haar troosten. En hoe streng mama ook is, jullie willen altijd nog een knuffel en een kus voor het slapen gaan. Want jullie houden van mama zoals ze is, met al mijn tekortkomingen. Dus heb ik geleerd ook zo van anderen te houden, met name van jullie.

Maar ik denk dat een hoop mama’s dat niet zo ervaren. Dat ze te veel kritiek krijgen. Te veel ongevraagd advies. Dat ze denken dat alleen succesvolle kinderen, gelukkige kinderen zijn. Dat als hun kinderen niet gelukkig zijn, dat ze dan gefaald hebben. Mogelijk denken ze zelfs dat zij het niet waard zijn om zelf gelukkig te zijn.

Mama zijn is namelijk zwaar. Een hele grote verantwoording. Vooral als je niet zeker bent van jezelf. Want twijfelen aan moederschap is niet twijfelen aan je kind, maar aan jezelf. Hebben deze mama’s wel de juiste steun gehad? Mensen om zich heen om hun te helpen? Of alleen maar naar ze luisteren? Heeft hun eigen mama ook getwijfeld? Was hun eigen mama eenzaam?

Ik hoop dat deze mama’s van zichzelf leren houden. Net als dat ik hoop dat jullie van jullie zelf gaan houden. Dat jullie de keuzes die je in het leven maakt, kunnen accepteren. Erkennen dat het leven een zoektocht is, waarbij je wel eens valt en weer opstaat. Misschien is mama zijn voor jullie ook geen goed keuze, maar als je daar pas te laat achter kwam, heb je wel iets moois gemaakt. Namelijk een kind. Daar zal ik nooit spijt van hebben.

Volwassen zijn is stom!

Soms heb ik zo’n zin om even flink los te gaan. Keihard te zeggen wat ik van de ander vind. Ongenuanceerd, kinderachtig en direct. Dat lucht zo op! Alleen heb ik er achteraf altijd spijt van. Dan schaam ik me voor mijn gedrag. Vind ik mijzelf een slecht voorbeeld voor mijn kinderen en heb ik niet het idee dat het echt iets bijgedragen heeft aan een oplossing. Ja, dan zit mijn volwassenheid mij in de weg.

Ik blijf het wel bijzonder vinden, dat ik zo zwart-wit over een ander denk. Omdat ik oprecht vind dat je niet over een ander kan oordelen of beslissen. Omdat je niet hebt meegemaakt wat een ander meemaakt. Omdat je niet dezelfde achtergrond hebt als de ander of hetzelfde denkkader. Ik vind oprecht dat de beste oplossing voor alles is, om met elkaar in gesprek te gaan. Elkaars kant te horen en er voor open te staan. Door begrip, wederzijds begrip en respect moet er dan toch altijd een oplossing te vinden zijn?

Maar daar is precies waar het mis gaat. Respect, WEDERzijds begrip. Ik kom dat nauwelijks tegen in de het dagelijkse leven. Mensen kiezen vaker voor de aanval, pochen met hun kennis en prestaties of willen de ander lekker de grond intrappen. Ondanks mijn pogingen om het beste uit mijzelf te halen en anderen ook zo te behandelen, ben ik geen heilige. Verre van. Ik merk dat het disrespect en het oordelen van een ander over mij, het slechtste in mij naar boven haalt.

Het haalt de kant naar boven die het zat is om altijd de wijzere te zijn. Om altijd begrip en respect te blijven tonen, ondanks dat de ander jouw grenzen overschrijdt. Soms is ‘genoeg ook genoeg’ en krijg ik een driftbui , waar mijn peuter nog iets van kan leren. Dan ben ik het even kwijt.

Toch komt het maar zelden voor dat ik een ongenuanceerde of gemene reactie echt kan rechtvaardigen. Vaak betrap ik mijzelf erop dat ik eerder had moeten staken met de discussie, dat mijn reactie meer kwaad dan goed heeft opgeleverd of uiteindelijk mij ontzettend veel energie kost, omdat ik anders had willen reageren. Eerder het rode lampje waarnemen, eerder de stekker eruit trekken en meer kijken vanuit de bekende ‘vlieg op de muur’-positie. Observeren van bovenaf, als neutrale buitenstaander.

Maar ja, hoe graag ik ook een perfect voorbeeld wil zijn, ik ben een mens. Ik wil graag het beste uit mijzelf halen, maar ik heb mijn grenzen. En soms heb ik dat gewoon te accepteren en gooi ik mijn frustraties er even uit. Gelukkig weet ik daarna de brokstukken vaak ook wel weer te lijmen.

Ben jij ook sociaal onhandig?

Ik ben sociaal onhandig. Het valt niet meer te ontkennen. Het is vaak overduidelijk. Erkennen en accepteren zijn de eerste stappen naar genezing zegt men dan. Misschien herkennen sommigen van jullie het ook. Dat je een zaal binnen loopt en gelijk denkt: ‘ik pas hier niet tussen!’ Je snapt de grap niet. Je bent niet in staat om over koetjes en kalfjes te praten. Of je hebt duidelijk een mening die de anderen in de zaal niet weten te waarderen. Welkom! Je bent niet de enige.

Bij mij begint het al met het feit dat ik niet goed op de hoogte ben van de wereldwijde ontwikkelingen. Wij hebben geen krant, geen tv (alleen Netflix) en de radio gebruik ik vooral voor muziek. Ik raak namelijk snel overprikkeld en in de ochtend heb ik dan al genoeg aan mijn twee kinderen. Als ik eenmaal in de metro naar mijn werk zit, wil ik graag rust. Tijd om mij voorbereiden op weer een hectische werkdag. Facebook helpt een beetje om bij te blijven, maar werkt erg smalsporig en onbetrouwbaar. Gelukkig praat mijn man mij een beetje bij. Maar over het algemeen kan ik niet meepraten over het wel en wee van de wereld.

Daarnaast heb ik een hekel aan koetjes en kalfjes. Ja, het is mooi weer. Zeker we zijn net op vakantie geweest. Maar er zijn voor mij vaak twee problemen hiermee. Het eerste probleem is dat mensen niet echt geïnteresseerd zijn. Ze geven je een half luisterend oor, terwijl ze de ruimte al doorscannen op de aanwezigheid van een interessantere collega. Of vragen ze het uit beleefdheid, maar willen alleen maar graag hun eigen verhaal kwijt. Niet erg, maar kom daar dan gewoon eerlijk voor uit.

foto: www.pixabay.com

Ten tweede wil ik het wel graag ergens over hebben. Ik vind het heerlijk om dingen te delen. Om ervaringen uit te wisselen. Overeenkomsten en verschillen te ontdekken van elkaar. Maar vaak wordt daar niet aan gedaan. De meeste gesprekken bestaan uit pochen, en opscheppen of vooral laten zien dat niets jou kan raken. Daar hou ik niet van, want ik word continue geraakt. Ik heb dan ook moeite om mij verbonden te voelen met de supermannen en vrouwen die immuun zijn voor alle misère, stress en strubbelingen van het dagelijks leven.

Geloof mij, ik heb niets te klagen. Ik heb twee fantastische kinderen. Een superlieve man. Fantastisch werk. En genoeg passies. Maar ik loop ook regelmatig in mijn trainingspak. Pak weer eens een mars om even bij te tanken. Of wil soms echt mijn bed niet uit. Perfectie bestaat niet, dus doe ik ook niet alsof. Dat is alleen maar vermoeiend.

Het voordeel is wel, dat als ik een geschikte gesprekpartner kan vinden, die mijn idealen deelt, ik gelijk de jackpot heb gewonnen. Dan kunnen we oneindig ideeën delen en nieuwe inzichten ontvangen. Om daarna geïnspireerd en vol energie thuis te komen. Ja, echt contact hebben gemaakt met iemand en daadwerkelijk iets geleerd hebben. Dat vind ik fijn. Want daar wordt ik uiteindelijk een beter mens van.

Als ik er zo over nadenk.. Is sociaal onhandig zijn, soms toch heel handig!

Doen en blijven doen!

Je wilt een beter leven, gelukkiger zijn, meer rust of jezelf misschien fitter voelen. Je zal dan iets moeten veranderen, maar hoe doe je dat? Eerst moet je willen veranderen, dan moet je het ook nog kunnen, maar je moet het vooral doen. Dat lijkt het moeilijkste, maar dat is het niet. Het blijven doen, dat is pas de echte uitdaging.

Stoppen met roken, dat doe je zo. Maar er vanaf blijven is moeilijk. Beginnen met sporten, stap de deur uit en je gaat. Maar dit blijven herhalen is een hele opgave. Voor mij is het ‘blijven bij wat je gelukkig maakt’, wat ik zo lastig vind.

Het klinkt zo simpel. Doe vooral waarvan je gelukkig wordt. Dan wordt je gezelliger en leuker en voel je nuttig en fijn. Je bent fitter en kan daardoor anderen beter helpen. Maar juist omdat je weer gaat helpen, ligt de valkuil alweer op de loer. En voor je het weet ben je er prompt weer ingevallen.

En dat doet zeer. Vooral aan mijn trots. Weer teveel gedaan, weer niet goed naar mijzelf geluisterd, weer niet alles alleen kunnen doen. Maar de vraag is of ik dat ook moet willen? Ook kan ik mijzelf afvragen of ik wel helemaal op de bodem lig of dat ik mijzelf slechts even verstapt hebt. Stel dat ik wel op de bodem lig, dan weet ik in ieder geval de route terug omhoog. Ik bent er tenslotte al eerder uit geklommen.

Nu klinkt dit misschien wel erg vaag en metaforisch. Dus ik zal het achterliggende verhaal wat meer toelichten. Zoals ik al zei is mijn valkuil om mijn eigen behoeftes aan de kant te schuiven en vooral die van anderen voorop te stellen. Nog niet eens altijd die van mijn eigen gezin, maar zelfs van mensen die nog verder van ons af staan.

Een zeer treffend voorbeeld zag ik laatst in een film, over kinderen in Uganda. Waarvan hun ouders vermoord werden en zij werden gedwongen tot kindsoldaat. Mijn hart brak. Ik was boos, ontzet en oprecht verdrietig over de situatie. In de film was er een Amerikaan die al zijn geld er doorheen braste om deze kinderen te helpen. Ten koste van zijn eigen gezin. Heel nobel! Het is goed dat zulke mensen bestaan. Dat iemand deze kinderen helpt. Maar ik vroeg mijzelf wel af; ten koste waarvan?

Ik voel mij soms als de man in de film. Dat ik het welzijn van mijn eigen gezin opzij schuif, voor anderen. Bij mij zit het niet in geld, maar in mijn energie. Zoveel energie geven aan anderen, dat ik thuis niets meer over heb.

Ik ben ook bezig met het verbeteren van de wereld, op mijn bescheiden manier. Niet dat ik het lef zou hebben om naar een land ver weg te vertrekken en daar te vechten tegen het kwaad. Maar op mijn eigen manier probeer ik de wereld een betere plek te maken. Ik probeer studenten, vrienden, kennissen en sporters te helpen in hun eigen proces. Ik probeer door mijn blogs en verhalen mensen te inspireren tot een fijner en gelukkiger leven. Maar ook ik ben niet altijd het perfecte rolmodel. Want ondanks al deze nobele voornemens. Zag ik het weer bijna misgaan binnen mijn eigen gezin.

Ik werkte veel over, ik was veel van huis. En als ik thuis was, was ik te moe om wat leuks te gaan doen. De kinderen werden weer meer voor de tv of de Ipad gezet en mijn schuldgevoel groeide en groeide. Vaker weer aan de patat, minder vaak sporten en geen tijd meer hebben voor vrienden en familie. Symptomen dat ik mijzelf weer dreigde te verliezen. Ik moest ingrijpen.

Dus wat ging ik doen? Voor mijzelf zorgen. Eerst verwennen, NIET STRAFFEN. Dat is meestal mijn eerste instinct; beter je best doen, harder werken. Maar dat werkt juist averechts en slurpt energie op. Dus een warm bad, een massage, de kinderen een nachtje uit logeren. Even op en top verwend worden. Daarna op zoek naar de oorzaak, deze aanpakken, zodat ik echt tot rust kan komen. Hierdoor word ik weer de moeder die ik wil zijn.

Ik maak fouten en ik ben niet perfect. Maar ik ben wel goed zoals ik ben. Want door mijzelf af te straffen, raak ik alleen maar verder van mijn pad. Want als ik van mijn pad raak, was het wel met de beste intenties. Dus daar hoort liefde en compassie bij voor jezelf.

En dat wil ik vooral blijven doen!

Op zoek naar soortgenoten

Vrijdag had ik een heel interessant gesprek. We hadden beide een roerige tijd achter de rug en waren nu op zoek naar betekenis en geluk. Het doel was helder, maar vast stond ook; dit konden we niet alleen! Maar op het moment dat je afhankelijk bent van een ander, begint het probleem. Niemand is zoals jij, niemand denkt zoals jij of wil hetgeen jij wilt. Hoe kan je dan medestanders vinden om je project te laten slagen? Heel simpel: je moet op zoek naar soortgenoten!

Soortgenoten zijn mensen die jouw passie delen. Die enthousiast worden van jouw idee. Hun ogen gaan stralen, hun hart gaat sneller kloppen en jullie idealen zijn gelijk. Toch kunnen jullie als mens ongelijk zijn. Waar de één goed is in creëren, is de ander goed in organiseren. Daarnaast zijn er ook mensen die gedetailleerd werken of juist kijken naar het grote geheel. Dat maakt allemaal niet uit. Wat van belang is, is de betrokkenheid. Hoe graag wil de ander dat jouw idee slaagt? Hoe betrokken en begaan voelt de ander zich met jouw plan of project?

Op tijd deze betrokkenheid herkennen is essentieel. In een eerste gesprek merk je dit aan de energie van de ander. Enthousiasme, de klik en de aanzet tot vervolg. Toch verliezen mensen zichzelf wel eens in hun enthousiasme en bedenken ze zich later. Afname van tijd, inzet en bereikbaarheid zijn de eerste waarschuwingssignalen. Dan is het tijd om aan de ander te vragen of hij het idee nog wel ziet zitten? Of diegene er wel tijd voor heeft? Of het op dit moment wel uitkomt? Anders saboteert de ander ‘onbedoeld’ jouw ideaal, door er geen prioriteit van te maken. Wat het voor jou wel is.

Een ander waarschuwingssignaal is iemand die zijn afspraken niet nakomt of zijn taken niet uitvoert. Dan is iemand duidelijk een bijdrager. Die zijn leuk om er extra bij te hebben, maar moeten niet één van de karrentrekkers zijn. Zo iemand is fantastisch om een keer mee te laten denken of te laten helpen bij deeltaken, als diegene kan. Maar besef je dat dat, het is. Meer moet je van deze persoon ook niet verwachten.

Tegenpolen moet je niet mijden, maar ook niet omarmen. Het is goed voor de kritische noot, maar laat je niet ontmoedigen. Zoals Theodore Roosevelt al zei in 1910:

“It is not the critic who counts; not the man who points out how the strong man stumbles, or where the doer of deeds could have done them better. The credit belongs to the man who is actually in the arena, whose face is marred by dust and sweat and blood; who strives valiantly; who errs, who comes short again and again, because there is no effort without error and shortcoming; but who does actually strive to do the deeds; who knows great enthusiasms, the great devotions; who spends himself in a worthy cause; who at the best knows in the end the triumph of high achievement, and who at the worst, if he fails, at least fails while daring greatly, so that his place shall never be with those cold and timid souls who neither know victory nor defeat.”

Met andere woorden: zolang je niet zelf in de arena staat en je handen vuil maakt, kan je ook niet uit ervaring spreken. Wat is dan de waarde van jouw feedback?

Kortom zoek mensen die jou versterken. Die energie geven en jouw passie delen. Leer van kritiek, maar blijf in jezelf geloven. Uit ervaring weet ik dat dat laatste altijd makkelijk is met een soortgenoot:)

Als je wilt helpen, dan moet je luisteren!

Het is fijn als mensen om je heen zich goed voelen. Als ze goed in hun vel zitten en plezier in het leven ervaren. Het zou nog leuker zijn als jij hierin iemand kan helpen of ondersteunen. Dat geeft jouw weer een goed gevoel.

Dit is dan ook een wens van veel mensen die ik tegen kom. Soms gaat het om hun echtgenoot, om hun kinderen, om hun ouders of om hun vrienden. Mensen willen elkaar graag helpen. Zelfs soms zo graag, dat het ten koste gaat van hun eigen tijd en energie. Maar of dit nou zo handig is?

Hoe kan je een ander het beste helpen? Ik merk dat oplossingen aandragen, vaak averechts werkt. Levert meestal discussie op of de ander stopt met luisteren. Een oplossing die voor mij goed werkte, werkt bij een ander niet altijd. Soms kan het zo zijn dat de voorzieningen in jouw omgeving bij de ander niet aanwezig zijn. Of dat het simpelweg niet past bij het karakter van de ander. Hoe lossen we dit op?

Stap 1 is je bedenken dat degene met de beste oplossing, de persoon zelf is. Deze is dit zich misschien niet bewust, maar kent zichzelf het beste. Weet heel goed wat de grootste oorzaak is van het probleem. Wat er mogelijk is binnen de beschikbare capaciteiten. Daardoor weet je dus altijd zelf de beste oplossing voor jou!

Maar dat je het weet, betekent niet dat je de oplossing altijd zelf ziet. Hiervoor is het vooral belangrijk dat een ander geduld heeft, goed luistert en ondersteuning biedt in het denkproces. Speel een klankbord, waarbij je de vragen en ideeën van de ander teruggeeft, in plaats van zelf met oplossingen te komen. Waarom denk je dat het niet goed is? Waarom vind je het zo vervelend? Moet het wel anders?

Maar hoeveel van jullie hebben geduld en rust? Klankbord spelen na een hele dag werken? Nadat je de kinderen hebt opgehaald, boodschappen gedaan en eten gekookt? Op een avond dat je echt op tijd naar bed wil? Na een etentje met vrienden of een cursusdag op het werk?

Het grappige is juist, dat klankbord spelen juist weinig energie kost. Je hoeft alleen maar te luisteren en als je het niet weet, vragen wat de ander zou doen of wil doen. Je hoeft geen oplossingen te bedenken, geen plannen te maken of meer tijd dan dit luistermoment te investeren. Het is het probleem van de ander en deze moet het ook zelf oplossen.

Klinkt dit onaardig? Juist niet! Je hebt zoveel vertrouwen in de mogelijkheden van de ander, dat je weet dat diegene het zelf kan oplossen. Dat jouw oplossing nooit beter zal zijn. Dit is niet onaardig, maar een groot compliment!

Wil je een ander helpen? Stop met helpen en begin met luisteren!

Wat is jouw handicap?

Toen ik op mijn opleiding de keuze had om mezelf meer te verdiepen in; gezondheid, vrije tijd, marketing of speciaal onderwijs, wist ik direct dat die laatste geen optie was. “Niets voor mij”. Met andere woorden; ik was onbeholpen en onbewust gehandicapt.

Mijn bus naar school reed dagelijks langs ‘de Hartekamp’. Een instelling waar mensen met een verstandelijke beperking wonen. Ik hoopte iedere keer dat er niet iemand van de bewoners in zou stappen. Soms gebeurde dit wel. Dan zat er iemand de gehele route ongecontroleerd te kreunen. Of kwam er zelfs een bewoner naast me zitten en probeerde met gebarentaal iets duidelijk te maken, wat ik niet begreep. Het gaf mij een heel ongemakkelijk gevoel. “Ik ben nou eenmaal niet geschikt om met deze mensen om te gaan.”

Toen ik mijn man leerde kennen, en zijn familie, bleek hij een neefje Menno te hebben met syndroom van Down. Ik zag vol bewondering hoe zijn familieleden hiermee omgingen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Menno werd door tantes en neven opgehaald van school, ze maakten leuke uitstapjes en Menno werd niet anders dan de anderen behandeld. Er is zelfs een familiebedrijf waar ze mensen met een verstandelijke handicap coachen en kennis laten maken met werk. Zeer bewonderenswaardig, maar niets voor mij. “Dat zit nou eenmaal niet in mij”.

En toen kwam Saar, mijn eerste dochter. Levendig, nieuwsgierig en supersociaal. Toen ik zwanger was van de tweede, ging Saar logeren bij Menno en zijn ouders, om ons een beetje te ontzien. Ik vond dit best wel spannend, omdat ik niet wist hoe het zou klikken tussen Menno en Saar. Maar ik had me nergens zorgen over hoeven maken. ‘Menno’ was namelijk de eerste naam in de familie die Saar kende, herkende en te pas en te onpas riep. Oom Menno is lief en altijd in voor een spelletje. Regelmatig liggen ze te stoeien op de grond, kijken samen tv, maken een bouwwerk of een puzzel. “Wat leuk dat Saar zo met Menno omgaat”

Ook is Menno een goede oppas. Saar moet netjes eten, haar toet schoonmaken en als ze niet luistert gaat ze in de hoek. Toen Saar op de camping ondeugend wegliep, rende Menno er gelijk achteraan. Door de struiken, om de campers, totdat hij Saar te pakken had. Hij was dan ook erg in de war, toen ik als mama boos werd. Niet op hem, maar op Saar. Alleen begreep Menno dat in eerste instantie niet. Gelukkig zei iedereen dat hij het goed gedaan had en Menno was gerustgesteld. “Ze zijn eigenlijk net als ieder ander”

Saar luistert naar, accepteert en respecteert Menno als autoriteit, maar ziet hem vooral als grote vriend. Zij ziet geen handicap, zij ziet ome Menno. En mama? Die is vooral blij dat ze van “haar eigen handicap” af is.

Trakteer eens op een compliment!

Hoe laat je iemand lachen? Hoe beur je iemand op? Hoe creëer je een positieve mindset? Geef een compliment! Coachingswebsites staan er vol mee en ook de afgelopen drie cursusdagen* werd deze strategie veelvuldig aangehaald en besproken. Wat als je deze strategie ook eens in kon zetten voor jezelf?

Een compliment moet oprecht en gemeend zijn. Dus hetgeen je aanduidt als ‘leuk’ of ‘goed’ moet je ook wel echt leuk of goed vinden. Hier ontstaat de eerste bobbel in de weg. Want heel veel dingen vinden wij normaal. Het is normaal geworden dat je man de vuilnis buiten zet, het is normaal dat je eten kookt en het is vooral normaal dat betaald personeel doet waarvoor ze betaald worden. Toch zal je zien, hoe meer complimenten je mensen geeft voor iets doen wat ‘normaal’ is, hoe beter ze hun taken uitvoeren.

Doet je partner meer of minder in het huis na een bedankje voor het doen van de afwas? Doet je werknemer meer of minder na een compliment voor de snelle afwerking van een opdracht? Een compliment geven start dus al bij het feit dat we alledaags gedrag niet zo normaal meer vinden. Maar dat het eigenlijk best bijzonder is dat je partner iedere dag weer gaat werken, voor de kinderen zorgt, de hond uitlaat, de boodschappen doet of op bezoek gaat bij oma. Dat betekent dat hetgeen wat jij zelf doet, ook best bijzonder is.

foto: Bram Hanemaaijer

Als je baalt aan het einde van de dag, omdat er zo weinig is gedaan. Benoem dan eens wat je wel gedaan hebt. En als kers op de slagroom: geef je zelf daarvoor een compliment!

Ervaar eens wat het met je doet. Wordt je er minder vrolijk door? Neemt je vermoeidheid toe? Werkt het positief of negatief? Als het positief werkt, waarom doe je het dan niet eens wat vaker? En als het negatief werkt, komt het omdat je vindt dat je het compliment niet verdiend? Omdat je zoveel dingen niet hebt gedaan?
Had je niet een hele goede reden om ze niet te doen? Was het misschien niet zo noodzakelijk? Had je geen energie meer? Of je wilde je je energie liever in iets anders steken? Of had je geen tijd? Kwam er iets belangrijkers tussen?

Volgens mij is jou alleen iets kwalijk te nemen, als het nalaten van de activiteit catastrofale gevolgen heeft voor anderen. Zoals het niet controleren van het beveiligingssysteem in een kerncentrale, het niet vervangen van kapotte remkabels in iemands auto of bewust niet het gat in een dijk dichten, wat een risico geeft op overstroming.

Als het niet binnen deze categorie valt: maak je niet druk! Dan ben je lekker bezig geweest. De wereld vergaat niet als je eens iets niet doet. En anders vraag je of iemand anders het voor je wil doen. Heb je gelijk weer een goede reden om een compliment uit te delen:)

Sta je vast?

Zit je vast? Kom je voor je gevoel niet vooruit? Zit je maar te wachten op de hulp van anderen? Of doen anderen maar niet datgene wat jou zou helpen? Misschien heb je last van aangeleerde hulpeloosheid; een fenomeen wat bij mensen ontstaat als ze tijdens hun opvoeding nooit het gevoel hadden, zelf ergens invloed op te hebben. Je zit in een slachtofferrol.

In de praktijk zie het er zo uit:

Ken jij zo’n persoon of ben jij zo’n persoon? Geen stress, je bent nog te redden! Het enige wat je nodig hebt, is jezelf afvragen: wat kan ik zelf doen om mijn situatie te verbeteren? Voor de mensen op de roltrap hadden dit de volgende opties kunnen zijn; men had kunnen gaan zingen, men had een goed gesprek kunnen houden, men had eens na kunnen denken over de zin van het bestaan of men had kunnen gaan traplopen.

Je oplossing of idee hoeft namelijk niet gelijk goed te zijn. En wat is goed? Dat is voor iedereen anders! Kom je er niet uit? Dan kan je altijd nog om suggesties vragen. Maar eerst zelf proberen.

Het voordeel is dat je op deze wijze je zelfeffectiviteit vergroot. Wat is dit? Dit is jouw vertrouwen in jezelf om met succes invloed uit te kunnen oefenen op jouw omgeving. Dit kan iedereen. Op het moment dat je aanwezig bent, heb je invloed op je omgeving. Je wisselt zuurstof uit, je neemt ruimte in en je zorgt voor lichaamswarmte. Je overleeft! Je oefent nu dus al succesvol invloed op je omgeving uit.

Maar waar begin ik dan? Start eens met een duidelijk doel. Als je in je ideale situatie zou zitten, hoe ziet deze er dan uit? Wat wil je graag bereiken? Wat zou het met je doen als het lukt? Hoe zou jouw omgeving veranderen?

Als je weet wat je wil, moet je nog bedenken hoe je dat wil bereiken. Denk eens hoe je eerder iets bereikt hebt? Bijvoorbeeld een opleiding afronden. Of een huisdier verzorgen. Of werk vinden. Hoe heb je dat gedaan? Kan je die strategie nu ook toepassen? Nog steeds niet genoeg ideeën? Wat zouden anderen doen om in zo’n situatie te komen? Zou dat ook voor jou kunnen werken?

foto: Bram Hanemaaijer

Belangrijk is om je vervolgens vooral op succesmomenten te focussen. Er zullen natuurlijk ook veel dingen mis gaan, maar daaraan vasthouden geeft alleen vertraging. Het zal je niet sneller van de roltrap afhelpen (zie filmpje). Dus probeer ervan te leren, geef jezelf een compliment dat je het wel geprobeerd hebt en op naar de volgende poging. Je hebt tenslotte een doel om te bereiken!

Uiteindelijk voelt het veel beter als je het zelf doet. Dit vergroot namelijk je gevoel van eigenwaarde. En ik kan je vertellen: dat voelt goed! Het is niet voor niets dat jonge kinderen regelmatig roepen: “Zelluf doen!!” Geloof je me niet? Dan heb ik de volgende odracht voor jou:

Kies een activiteit die je altijd al had willen proberen of die al heel lang op je ‘to do’-lijstje staat. Dit kan zijn: een bepaald recept koken, een schilderij ophangen of een blogsite beginnen. Google hoe het moet, bekijk een filmpje en ga aan de slag. Geef niet gelijk op, maar ga door tot het gelukt is.

En toen het lukte, hoe voelde dat? Ik hoor graag het resultaat!