Wat is jouw handicap?

Toen ik op mijn opleiding de keuze had om mezelf meer te verdiepen in; gezondheid, vrije tijd, marketing of speciaal onderwijs, wist ik direct dat die laatste geen optie was. “Niets voor mij”. Met andere woorden; ik was onbeholpen en onbewust gehandicapt.

Mijn bus naar school reed dagelijks langs ‘de Hartekamp’. Een instelling waar mensen met een verstandelijke beperking wonen. Ik hoopte iedere keer dat er niet iemand van de bewoners in zou stappen. Soms gebeurde dit wel. Dan zat er iemand de gehele route ongecontroleerd te kreunen. Of kwam er zelfs een bewoner naast me zitten en probeerde met gebarentaal iets duidelijk te maken, wat ik niet begreep. Het gaf mij een heel ongemakkelijk gevoel. “Ik ben nou eenmaal niet geschikt om met deze mensen om te gaan.”

Toen ik mijn man leerde kennen, en zijn familie, bleek hij een neefje Menno te hebben met syndroom van Down. Ik zag vol bewondering hoe zijn familieleden hiermee omgingen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Menno werd door tantes en neven opgehaald van school, ze maakten leuke uitstapjes en Menno werd niet anders dan de anderen behandeld. Er is zelfs een familiebedrijf waar ze mensen met een verstandelijke handicap coachen en kennis laten maken met werk. Zeer bewonderenswaardig, maar niets voor mij. “Dat zit nou eenmaal niet in mij”.

En toen kwam Saar, mijn eerste dochter. Levendig, nieuwsgierig en supersociaal. Toen ik zwanger was van de tweede, ging Saar logeren bij Menno en zijn ouders, om ons een beetje te ontzien. Ik vond dit best wel spannend, omdat ik niet wist hoe het zou klikken tussen Menno en Saar. Maar ik had me nergens zorgen over hoeven maken. ‘Menno’ was namelijk de eerste naam in de familie die Saar kende, herkende en te pas en te onpas riep. Oom Menno is lief en altijd in voor een spelletje. Regelmatig liggen ze te stoeien op de grond, kijken samen tv, maken een bouwwerk of een puzzel. “Wat leuk dat Saar zo met Menno omgaat”

Ook is Menno een goede oppas. Saar moet netjes eten, haar toet schoonmaken en als ze niet luistert gaat ze in de hoek. Toen Saar op de camping ondeugend wegliep, rende Menno er gelijk achteraan. Door de struiken, om de campers, totdat hij Saar te pakken had. Hij was dan ook erg in de war, toen ik als mama boos werd. Niet op hem, maar op Saar. Alleen begreep Menno dat in eerste instantie niet. Gelukkig zei iedereen dat hij het goed gedaan had en Menno was gerustgesteld. “Ze zijn eigenlijk net als ieder ander”

Saar luistert naar, accepteert en respecteert Menno als autoriteit, maar ziet hem vooral als grote vriend. Zij ziet geen handicap, zij ziet ome Menno. En mama? Die is vooral blij dat ze van “haar eigen handicap” af is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *