Nieuw selectieseizoen voor de junioren gestart!

Afgelopen weekend is het selectieseizoen gestart voor de voltigejunioren in Nederland. Dit seizoen staat het WK junioren in Ermelo, Nederland op het programma. Omdat het een thuiswedstrijd is, willen wij als nationaal team natuurlijk extra goed presteren.

21 oktober werden de leden voor het nationaal team van dit jaar geselecteerd. Vanaf nu is het trainingsseizoen voor deze voltigeurs begonnen en gaan we er hard tegen aan om op het WK te mogen schitteren!

Geslaagd EK

Het was afzien op het EK junioren in Hongarije. Niet alleen door de temperatuur van 30 graden en de brandende zon, maar ook door het feit dat twee weken voor de wedstrijd ons teampaard kreupel werd en niet mee kon.

Toch voltigeerde de talenten dapper verder naar de finale en werden ze 8e van de 10. Een mooie start om op voort te bouwen naar het WK in Ermelo volgend jaar.

De voormalige teamleden uit 2015 eb 2016 deden het ook niet onverdienstelijk. Zowel Lotte Geelhoed, als Arthur Seidel kwamen in de finale en Arthur eindigde zelfs in de top 10.

Echte toppers:) Op naar het volgende voltigeseizoen!

Foto’s door Danny Geelhoed

Hoe hou ik mijn voltigepaard fit?

Tijdens een voltigetraining wil je je voltigeurs veel laten doen en leren, maar je wilt je paard ook niet overbelasten. Hier volgen een paar simpele trucs om jouw voltigetraining, op het paard, zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

Het maakt natuurlijk wel uit of je met een team of met een solo aan het trainen bent. Als er meer dan drie voltigeurs in je les zitten, is een ton eigenlijk onontbeerlijk voor een efficiënte training. Dan kan je een briefje maken met opdrachten voor op de grond en op de ton. Bij voorkeur ter voorbereiding voor hetgeen ze op het paard gaan doen. Je bespreekt bijvoorbeeld in stilstand de vlag, met een voorbeeld op het paard. Geeft daarna de opdracht om de vlag zelfstandig te oefenen op de ton en op de grond. Laat ze elkaar corrigeren en de vlag minimaal tien keer door nemen, voordat ze het op het paard mogen proberen. Werk je ook gelijk weer aan de zelfstandigheid van je sporters.

Opbouw

Bij een kleinere groep vind ik het handig om vooraf in stap, hetgeen je in galop gaat doen, drie keer achter elkaar uit te laten voeren op het paard. Ik merk dan dat hetgeen ik aan wil leren er zo ingeslepen zit, dat ik in galop nauwelijks hoef te corrigeren en mij kan concentreren op het paard. Als blijkt dat dit niet zo is: terug naar stap, eerst weer corrigeren, de beweging inslijpen en dan pas weer in galop. Niet alleen voorkom je dat je paard eindeloos moet galopperen en daardoor uitgeput raakt, ook voorkom je dat je paard onnodig verkeerd belast wordt en de oefening misschien niet meer leuk gaat vinden. Harde landingen, prikkende tenen, ze accepteren het braaf, maar leuk is anders!

Afwisseling

Ook is het goed voor de voltigeurs en voor je paard om op de rechterhand dingen te oefenen. Ik start met inlongeren altijd rechtsom en laat de voltigeurs opzwaaien tot ligsteun, bankje maken en staan in draf. Dit herhaal ik daarna in galop. De eerste oefening is voor de lichaamsspanning tijdens de beweging van het paard. Het bankje is essentieel voor een goede vlag. En als je rechtsom goed kan staan, is linksom een makkie. Aan het einde longeer ik het paard rechtsom uit en soms laat ik de voltigeurs dan weer een ronde staan. Zelfs met binnen-, buitenwaarts en, bij hele goede voltigeur, ook achterwaarts staan. Maar je kan het ook tijdens de training doen. Ik kies daar niet snel voor, omdat je in een opbouw werkt en als ik tussendoor van kant wissel, verbreekt dat mijn opbouw. Maar aan de andere kant laat motorisch leren zien dat variëren goed is voor het kunnen improviseren van je sporter. Dus voor beiden is iets te zeggen.

Blessurepreventie

Als je je paard nog aan het opbouwen bent in kracht, kan je je voltigeurs afwisselen in galop en stap. De helft doet in stap een oefening en de andere helft in galop. Om en om doe je een voltigeur in galop en daarna in stap en daarna weer in galop, enz. Door veel overgangen te maken met je paard, kan je de verzameling goed trainen, wat ten goede komt voor de kracht. Ook train je zo gelijk niet te lang. Want als je echt kracht wil trainen, moet je je beperken in de tijd. Anders zit je gauw op conditie en wordt je paard niet sterker.

Ook gaat je paard compenseren als hij moe wordt en dit kan blessures in de hand werken.  Ik vind eigenlijk dat de krachttraining en balanstraining van je paard voornamelijk buiten de voltigetrainingen moet gebeuren, zodat dat hij voor de training zelf fit genoeg is. Met andere woorden: dat het paard nooit dingen hoeft te doen met voltige die boven zijn of haar macht zijn. Maar de wereld is geen utopie en je moet soms roeien met de riemen die je hebt. Dan is dit een goed alternatief.

Vond je dit artikel nuttig? Deel jouw mening, tips of enthousiasme hieronder!

Ben jij een ‘kloon-coach’?

Volgen jouw sporters jouw aanwijzingen blindelings op? Als jouw pupillen anderen training geven, geven ze dan precies dezelfde aanwijzingen als jij? Doen ze dezelfde warming-up methode? Krachtoefeningen? Opbouw van techniek? Misschien gebruiken ze zelfs jouw vaste slogans! Dat voelt misschien als een compliment, maar is dat het ook? Of heb je jouw sporters tot afhankelijke groupies gemaakt, die alles volgen wat jij zegt? Dit is niet wenselijk. Want echte toppers in de sport, zijn zelfstandig en onafhankelijk. Dus tijd voor een reality-check!

Mijn reality-check vond een week geleden plaats, toen mijn pupillen elkaar corrigeerden en ik doorvroeg naar het waarom. Het gevolg:…… (inderdaad, niets!). Het bleef muisstil. Ik heb blijkbaar mijn voltigeurs geleerd mij na te apen, zonder kritisch te zijn op wat ik doe! Dat is niet handig, want zelfs sportpsychologe Nicky Bosman is het met mij eens, dat een zelfstandige sporter veel meer potentie heeft om te pieken dan een afhankelijke.

Dus even een theorielesje voor mijn voltigeurs: waarom doen we het zo? Maar ja, dat maakt het alleen maar erger. Want als nog geloven ze blindelings, hetgeen wat ik zeg. Een collega van mij toonde dit aan in een college door te praten over een albatros tijdens een anatomie college. Door alle Latijnse benamingen, hadden studenten niet eens gemerkt dat de albatros niet in het verhaal thuis hoorde! Ze namen zijn ‘lulkoek’ voor waarheid aan. Dat wil je niet bij je sporters. Je zou het in ieder geval niet moeten willen.

Maar hoe zorg ik dan wel dat ze zelfstandig na blijven denken? Simpel, wees niet de oplossing! Als ze het antwoord niet weten, laat het ze opzoeken. Kunnen ze het niet vinden, vraag naar hoe ze gezocht hebben en hoe ze dit anders zouden kunnen doen. Je merkt het al, het gaat vooral om doorvragen, in plaats van antwoord geven. Misschien klinkt dit als omslachtig, maar hierdoor gaan jouw sporters zich competent voelen en ervaren ze autonomie. Hierdoor wordt de intrinsieke motivatie getriggerd en hoef je niet aan een ‘dood paard’ te trekken om ze in beweging te krijgen. Daarnaast hoef je zelf ook veel minder hard te werken;)

Om sporters  nog meer zelfstandig te maken, moet je ze leren in oplossingen te denken en niet in problemen. Dit is een methode die al uitgebreid wordt toegepast in de psychologie. Tijd voor ons om dat ook te gaan gebruiken.

(In het filmpje wordt de onderbouwing en methodes binnen de therapiesetting toegelicht, de toepassing bij sport en bewegen is nog ontgonnen gebied en een mooie kans voor jou als coach om het verschil te maken)