Spelenderwijs ruiterfit

In samenwerking met KNHS Noord-Holland en trainingscentrum ‘Iets anders’, hebben wij een trainingsprogramma opgezet met de naam spelenderwijs ruiterfit.

Dit programma is volledig uitgewerkt in het boekje ‘spelenderwijs ruiterfit’. Hier staan tips en oefeningen in voor iedere jonge ruiter om spelenderwijs fitter te worden. Hoe fitter de ruiter, hoe beter de combinatie. Ook de kans op blessures verlaagt behoorlijk.

Om hierbij verder te ondersteunen, vindt u ook voedingsadviezen in dit boekje van sportdiëtiste Feline Jurgens.

Fitheid voor jonge ruiters verbetert de prestaties en het plezier

Als voorproefje op het boekje, vindt u hier ruiterfitproeven. Deze zijn gebaseerd op de motorische vaardigheden welke kinderen op de betreffende leeftijd dienen te beheersen. Daarnaast kan de ruiter het alleen doen, met z’n tweeën, met een stokpaard of met de pony in de hand (zie uitleg aan de start van het document).

Ook zit er een positief puntensysteem aan vast, omdat iedere deelnemer brons, zilver of goud ontvangt. Met andere woorden: werken aan jouw fitheid moet men altijd belonen!

Wij wensen jullie veel plezier met dit voorproefje en ben je geïnteresseerd in meer? Neem dan contact op via info@rooshanemaaijerslottje.nl

Geslaagd EK

Het was afzien op het EK junioren in Hongarije. Niet alleen door de temperatuur van 30 graden en de brandende zon, maar ook door het feit dat twee weken voor de wedstrijd ons teampaard kreupel werd en niet mee kon.

Toch voltigeerde de talenten dapper verder naar de finale en werden ze 8e van de 10. Een mooie start om op voort te bouwen naar het WK in Ermelo volgend jaar.

De voormalige teamleden uit 2015 eb 2016 deden het ook niet onverdienstelijk. Zowel Lotte Geelhoed, als Arthur Seidel kwamen in de finale en Arthur eindigde zelfs in de top 10.

Echte toppers:) Op naar het volgende voltigeseizoen!

Foto’s door Danny Geelhoed

‘Oefenen is meer dan trainen’ is boekgoud winnaar!

Uitgeverij Boekscout overhandigde op 31 maart 2017 het felbegeerde BoekGoud aan de auteurs van de boeken die werden gelezen, geprezen en uiteindelijk gekozen tot ultieme favoriet door de publieks- en vakjury.

Alle boeken die tussen 1 februari 2016 en 31 januari 2017 werden uitgegeven door de uitgeverij, maakten kans op de vakjuryprijs en de overall publieksprijs. Sommige genomineerden werden door het publiek verkozen tot winnaar in hun eigen genre, andere werden genomineerd door een vakjury. Alle genomineerde auteurs reisden af naar Soest om erachter te komen wie de ultieme kroon op het werk zou winnen.
De publieksprijs

Roos Hanemaaijer – Slottje won de publieksjuryprijs met het boek ‘Oefenen is meer dan trainen’. Dit boek werd door het publiek verkozen tot winnaar in het genre ‘Sport en Spel’. De overall prijs ging helaas aan haar neus voorbij, maar wel bleven enkele lovende woorden van de stemmers:

“Het boek biedt een heldere visie op coaching, is goed onderbouwd en door de praktijk gelouterd. Grensverleggend, doordat het sportbreed relevant is.”

“Mooi, warm, begrijpbaar, luchtig en met passie geschreven. De zelfreflectie en de kwetsbaarheid waarmee Roos Hanemaaijer-Slottje zich openstelt, maakt het boek intens in de beleving.”

 

Eigenheid sporter: 4 inzichten over trainerschap van het VSK

Een samenwerking van o.a. het NOC*NSF en het ministerie van VWS heeft een interessante en bruikbare methodiek opgelevert voor coaches die meer willen inspelen op de eigenheid van hun sporter.

Informatie is te vinden op de website, waar ook een leuk en duidelijk filmpje, over deze methodiek, te vinden is.

Daarnaast kan men een PDF-document downloaden, waar de methodiek in staat uit geschreven.

Naar mijn mening: een TOP initiatief!

 

 

 

Hoe motiveer ik mijn sporter? (deel 1)

Deci & Ryan (2002) beschrijven in hun zelfbeschikkings-theorie hoe men de intrinsieke motivatie zou kunnen aanwakkeren. Zij noemen: competent voelen, autonomie ervaren en verbinding voelen met de omgeving als; universele, psychologische behoeften, die bijdragen tot intrinsieke motivatie. Opvallend is dat juist die laatste behoefte niet veel onderzocht is. Terwijl dit juist een sleutelelement kan zijn voor intrinsieke motivatie. Dit kan namelijk jouw oprechte passie oproepen! En hoe motiverend passie kan zijn, hebben we allemaal kunnen zien op de Olympische en Paralympische spelen.

Om passie ergens voor te hebben, zal iets van belang voor je moeten zijn. Iets is pas van belang, als je jezelf ermee verbonden voelt. Dat je het gevoel hebt dat iets er toe doet, dat het betekenis heeft en misschien zelfs voelt als een onderdeel van jezelf.

In mijn eigen leven heb ik dit onlangs meegemaakt bij mijn eigen gezin. Mijn man is namelijk niet zo sportief, dit staat zelf onderaan zijn prioriteiten lijstje. Bovenaan staat zijn gezin, zijn familie, zijn vrienden en daarnaast wil hij graag emigreren naar Noorwegen. Zo graag dat ik me over had laten halen om deze zomervakantie twee weken in Noorwegen door te brengen. De derde dag van onze vakantie, begonnen we vol goede moed aan een wandelroute langs de kust.

Al gauw bleek onze kustwandeling meer een bergbeklimming te zijn, zonder een echt pad, zonder hekwerk en met een overvloed aan steile afgronden. Ik stond doodsangsten uit, want de oudste van 2,5 wilde per se zelf klimmen, lopen en springen. Maar mama zag haar al onderaan de afgrond liggen met een bebloed hoofd en vond dit alles behalve een goed idee. Het was warm, gevaarlijk en de route bleek langer dan verwacht, dus na 15 minuten wilde ik terug. Maar terug betekende nog zo’n 20 minuten klim, daal en stuntelwerk.

Ik zag het steeds minder zitten, mijn dochter werd te zwaar voor mij om te tillen, maar ik wilde haar niet in gevaar brengen door haar zelf te laten lopen. En daar was de redder in nood: mijn man. Hij zette haar op zijn nek, met de baby op zijn rug en klom stug door de rotsen omhoog en had ook nog tijd om te genieten van het mooie uitzicht. Binnen ‘no time’ stonden we moe, maar voldaan bij de auto. Ik was verbaasd!

Toen ik hem vroeg waarom hij deze wandeling zo goed volgehouden had, zei hij: “ ik moet mijn meiden toch beschermen en het goede voorbeeld geven?”. En dat had hij zeker gedaan! Door het belang van zijn gezin, was zijn passie aangestoken en kende zijn intrinsieke motivatie geen grenzen.

Maar dit is niet de uitzondering op de regel. Ik herken het ook bij mezelf, tijdens het schrijven van mijn boek. Ik heb een hekel aan grammatica regels, vooral omdat ik er niet goed in ben. Op mijn examen Nederlands had ik zelfs een onvoldoende. En toch schreef ik een boek. Ik vond het daarna zelfs zo leuk, dat ik fanatiek ben doorgegaan met het schrijven van blogs. Ondanks dat ik de grammatica en spelling nog steeds lastig vind, krijg ik er steeds meer plezier in. Ik heb blijkbaar toch een grote passie voor de Nederlandse taal!

Dus niet alleen de autonomie en jezelf competent voelen is van belang voor je motivatie, maar ook de verbinding die je voelt met je omgeving. Hoe meer verbinding je ervaart, hoe groter de passie en hoe groter de passie, hoe groter je vastberadenheid, wilskracht en vermogen om te presteren.

Wat ik mezelf dus ben gaan realiseren: als je de juiste verbinding vindt en de passie van je sporter daardoor ontdekt, hoef je als coach alleen nog maar achterover te leunen;)

Hoe kan je deze passie van je sporter vinden? dat vertel ik in mijn volgende blog!

Foto: de held in kwestie

Literatuur: Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2002). Handbook of self-determination research. University Rochester Press.

Het trechtermodel in een notendop

Wat zou je graag willen bereiken met het coachen? Wat is je uiteindelijke doel? En als je doel duidelijk is, hoe kom je daar? Welke stappen moet je zetten? Hoe haal je het maximale uit je coaching? Deze vragen kun je beantwoorden als je het trechtermodel gaat inzetten. Beschreven in het boek ‘oefenen is meer dan trainen’, wordt het model stap voor stap toegelicht en methodieken beschreven die je kunnen helpen als coach om jezelf verder te ontwikkelen. In deze blog wordt het model in grote lijnen uitgelegd.

We hoeven niet allemaal Olympische topcoaches te worden, al zouden sommigen dat misschien wel aspireren, maar het coachen moet je vooral iets brengen of anders gezegd; het moet jou iets opleveren. Een Olympische medaille is leuk, maar men kan ook denken aan de succeservaringen bij je sporter, het genieten van het moment waarop alles samen komt, de energie die het coachen kan opleveren, de persoonlijke groei die je zelf ervaart als coach en natuurlijk het plezier van het bezig zijn met iets waarvan je houdt. Om deze doelen te bereiken is er een hulpmiddel: het trechtermodel*.

Het trechtermodel bestaat uit drie pijlers, die samenvloeien tot een professionele coach. Met een professionele coach, wordt vooral een coach bedoeld die het beste uit zichzelf wil halen en de beste coach wil zijn, die diegene kan zijn.

De pijlers zijn:

  • eigenheid en kennis van de sporter
  • openstaan voor wetenschap en collega’s
  • eigenheid en kennis van de coach

en deze zien er visueel als volgt uit:

trechtermodel
              © 2016 Roos Hanemaaijer-Slottje

Als we starten met de eerste pijler, namelijk de eigenheid van de sporter, dan komen we al gelijk bij het belang van ervaring. Want als je als coach langer met iemand samenwerkt, leer je deze steeds beter kennen en kan je bepaalde dingen ook beter inschatten. Namelijk of een bepaalde techniek of werkwijze voor je pupil geschikt is, maar ook of diegene wel lekker in diens vel zit. Soms schiet deze ervaring te kort of ken je een sporter nog niet zo goed. Om je te helpen met de eigenheid en kennis van de sporter, zijn een aantal methodieken ontwikkelt. Zo kan je middels de theorie van Charles Gustav Jung ontdekken hoe jouw pupil in elkaar steekt en waar zijn karakter met name door gevormd wordt.

Als je namelijk steeds tegen dezelfde struikelblokken oploopt bij je pupil, is het handig om eens uit te zoeken waar deze weerstand vandaan komt. Heeft de pupil te weinig kennis over het geheel? Heeft de pupil het idee dit niet te kunnen? Of denkt de pupil dat andere methodes eenvoudiger zijn? Een goed startpunt is het gegeven dat een pupil komt trainen om beter te worden. Dus als deze pupil weigert de benodigde stappen te maken om te verbeteren, kan het zo zijn dat de stappen die jij als coach wil maken, niet direct passen bij deze pupil of dat de pupil nog onvoldoende begrijpt waarom deze stappen zo belangrijk zijn.

Als we kijken naar een deel van de tweede pijler; de wetenschap, zijn er al meerdere sporten die hier hoog op ingezet hebben. Denk maar aan de klapschaats, de lichtgewicht fietsen in het wielrennen, de kleding bij het zwemmen en hartslagmetingen bij paarden in de paardensport. Maar we zouden nog veel meer wetenschap met elkaar kunnen delen. Veel sporten lopen namelijk tegen dezelfde problemen aan. Daarnaast geven zaken zoals trainingsleer, inspanningsfysiologie, sportpsychologie en motorisch leren een algemene basis voor iedere sportcoach. De onderzoeksdatabase van het NOC*NSF is hier een goede bron voor en zou ook veel meer binnen alle sporten ingezet kunnen en moeten worden. Want waarom het wiel opnieuw uitvinden? Of kennis laten liggen die er al is? Mogelijk hebben niet alle coaches hier veel ervaring of vaardigheden in, als het gaat om het zoeken en beoordelen van wetenschappelijke literatuur. Het is niet voor niets dat hier hele boekwerken over geschreven zijn en dat niet iedereen gepromoveerd is tot wetenschapper. Maar het zou wel aan te bevelen zijn om je te verdiepen de basis en op het moment dat je vastloopt; hulp in te schakelen van collega’s.

Collega’s, een belangrijk onderdeel van dit model! Collega’s die je kunnen wijzen op wat beter en misschien anders kan. Stel je zelf open voor frisse en nieuwe ideeën of eventuele aanpassingen van bestaande ideeën. Deel je eigen kennis om anderen te helpen en wordt daarmee zelf ook weer aangescherpt in jouw eigen kunnen. Komt er weerstand op het delen van deze waardevolle kennis? Dat is jammer! Want een goede coach staat nooit stil. Die evalueert en reflecteert op zichzelf en loopt daardoor altijd voor op de ‘concurrentie’. De kennis van een coach is tenslotte nooit compleet. Daarnaast is de kennis die je hebt onderhevig aan veranderingen of schat je soms bepaalde kennis verkeerd in. Door kennis te delen zal men erachter komen dat veel sporten een gemeenschappelijke deler hebben. Door dit te uit te wisselen kan men van elkaar leren, vooral hoe men met soortgelijke drempels of problemen omgaat. Mogelijk kan men hier zelfs gemeenschappelijk iets aan doen.

En dan de laatste pijler van het model, het integrerende component. Het is namelijk de coach die al deze elementen op waarde kan inschatten en kan plaatsen op een wijze waardoor de pupil of sporter optimaal kan presteren. Deze schat in hoeveel kennis de sporter wil hebben en ook nodig heeft. Daarnaast kan deze inschatten hoe toepasbaar het wetenschappelijke bewijs is op diens eigen sporter. Want een onderzoek is gegeneraliseerd en als iets voor 80% van de mensen goed werkt, kan jouw sporter net in die overige 20% vallen. Dan zal je toch een andere tactiek moeten kiezen. Dit geldt ook voor de ervaringen van de collega’s. Een professionele coach kan deze het beste op waarde schatten voor diens sporter. Dan ga ik er wel vanuit dat een professionele coach de sporter ECHT goed kent en met deze regelmatig afstemt of beiden nog op dezelfde weg zitten. Als coach beslis je dus niet voor de sporter, maar je hebt wel overzicht op alle drie de pijlers en dit overzicht kan je uiteen zetten voor je sporter. Daardoor kan je de sporter beter motiveren en ondersteunen bij beslissingen. De sporter zal dan meer geneigd zijn om jouw visie te volgen of jullie komen tot de conclusie dat een andere visie of traject meer passend is. Want niet iedere coach past bij iedere sporter en andersom.

De conclusie van dit verhaal is dus: door de drie pijlers van het trechtermodel in te zetten, kan iedereen een professionele en vooral een ‘happy’ coach worden. Mede omdat je trouw blijft aan jouw eigenheid en die van de sporter en kennis uit meerdere invalshoeken kan inzetten en gebruiken.

Wil je meer informatie, tips en adviezen?

LEES ‘oefenen is meer dan trainen’ of neem contact op met de auteur.


* uit het boek: Oefenen is meer dan trainen, evidence-based practise bij het coachen van sport en bewegen