De 2 beste manier om iemand te helpen

Het is fijn als mensen om je heen zich goed voelen. Als ze goed in hun vel zitten en lol hebben in het leven. Het zou nog leuker zijn als jij hierin kan helpen. Dat geeft jou ook weer een goed gevoel.

Dit is dan ook een wens van veel mensen die ik tegen kom. Soms gaat het om hun echtgenoot, om hun kinderen, om hun ouders of om hun vrienden. Mensen willen elkaar graag helpen. Zelfs soms zo graag, dat het ten koste gaat van hun eigen tijd en energie. Maar of dit nou zo handig is?

Hoe kan je een ander het beste helpen? Ik merk dat oplossingen aandragen, vaak averechts werkt. Levert meestal discussie op of de ander stopt met luisteren uit koppigheid.

Want een oplossing die voor mij goed werkt, werkt bij een ander niet altijd. Soms kan het zo zijn dat de omgeving te anders is. Het maakt nogal uit of je boodschappen zes trappen op moet dragen of een lift hebt;) Of dat het simpelweg niet past bij de ander. Hoe lossen we dit op?

www.pixabay.com

Stap 1 is je bedenken dat degene met de beste oplossing, de persoon zelf is. Deze is dit zich misschien niet bewust, maar kent zichzelf het beste. Weet heel goed wat de grootste oorzaak is van het probleem. En wat er wel of niet mogelijk is. Daardoor weet je dus altijd zelf de beste oplossing voor jou!

Maar dat je het weet, betekent niet dat je de oplossing altijd zelf ziet. Hiervoor is het vooral belangrijk dat een ander geduld heeft en goed luistert. Speel een klankbord, waarbij je de vragen en ideeën van de ander teruggeeft, in plaats van zelf met oplossingen te komen. Waarom denk je dat het niet goed is? Waarom vind je het zo vervelend? Moet het wel anders?

Maar hoeveel van jullie hebben geduld en rust? Klankbord spelen na een hele dag werken? Nadat je de kinderen hebt opgehaald, boodschappen gedaan en eten gekookt? Op een avond dat je echt op tijd naar bed wil? Na een etentje met vrienden of een cursusdag op het werk?

bron: Hogeschool Rotterdam

Het grappige is juist, dat klankbord spelen juist weinig energie kost. Je hoeft alleen maar te luisteren en als je het niet weet, vragen wat de ander zou doen of wil doen. Je hoeft geen oplossingen te bedenken, geen plannen te maken of meer tijd dan dit luistermoment te investeren. Het is het probleem van de ander en deze moet het ook zelf oplossen.

En als jullie daar samen niet uitkomen, dan heb ik nog een tweede optie. Vraag dan simpelweg: “Wat kan ik voor je doen?”

Wat is jouw handicap?

Toen ik op mijn opleiding de keuze had om mezelf meer te verdiepen in; gezondheid, vrije tijd, marketing of speciaal onderwijs, wist ik direct dat die laatste geen optie was. “Niets voor mij”. Met andere woorden; ik was onbewust gehandicapt.

Mijn bus naar school reed dagelijks langs ‘de Hartekamp’. Een instelling waar mensen met een verstandelijke beperking wonen. Ik hoopte iedere keer dat er niet iemand van de bewoners in zou stappen.

Soms gebeurde dit wel. Dan zat er iemand de gehele route ongecontroleerd te kreunen. Of kwam er zelfs een bewoner naast me zitten en probeerde met gebarentaal iets duidelijk te maken, wat ik niet begreep. Het gaf mij een heel ongemakkelijk gevoel. “Ik ben nou eenmaal niet geschikt om met deze mensen om te gaan.”

Toen ik mijn man leerde kennen, en zijn familie, bleek hij een neefje Menno te hebben met syndroom van Down. Ik zag vol bewondering hoe zijn familieleden hiermee omgingen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Bron: fotoshoot

Menno werd door tantes en neven opgehaald van school, ze maakten leuke uitstapjes en Menno werd niet anders dan de anderen behandeld. Er is zelfs een familiebedrijf waar ze mensen met een verstandelijke handicap coachen en kennis laten maken met werk. “Zeer bewonderenswaardig, maar niets voor mij”.

En toen kwam Saar, mijn eerste dochter. Levendig, nieuwsgierig en supersociaal. Toen ik zwanger was van de tweede, ging Saar logeren bij Menno en zijn ouders, om ons een beetje te ontzien.

Ik vond dit best wel spannend, omdat ik niet wist hoe het zou klikken tussen Menno en Saar. Maar ik had me nergens zorgen over hoeven maken. ‘Menno’ was namelijk de eerste naam in de familie die Saar kende, herkende en te pas en te onpas riep.

Foto: Bram Hanemaaijer

Oom Menno is namelijk lief en altijd in voor een spelletje. Regelmatig liggen ze te stoeien op de grond, kijken samen tv, maken een bouwwerk of een puzzel. “Wat leuk dat Saar zo met Menno omgaat”

Ook is Menno een goede oppas. Saar moet netjes eten, haar toet schoonmaken en als ze niet luistert gaat ze in de hoek. Als Saar wegloopt, rent Menno er gelijk achteraan.

Hij was alleen erg in de war, toen ik als mama boos werd. Niet op hem, maar op Saar. Alleen begreep Menno dat in eerste instantie niet. Gelukkig zei iedereen dat hij het goed gedaan had en Menno was gerustgesteld. “Ze zijn eigenlijk net als ieder ander”

Saar luistert naar, accepteert en respecteert Menno als autoriteit, maar ziet hem vooral als grote vriend. Zij ziet geen handicap, zij ziet ome Menno. En mama? Die is vooral blij dat ze van “haar eigen handicap” af is.

Foto: Bram Hanemaaijer

Trakteer eens op een compliment!

Hoe laat je iemand lachen? Hoe beur je iemand op? Hoe creëer je een positieve mindset? Geef een compliment! Coachingswebsites staan er vol mee en ook de afgelopen drie cursusdagen* werd deze strategie veelvuldig aangehaald en besproken. Wat als je deze strategie ook eens in kon zetten voor jezelf?

Een compliment moet oprecht en gemeend zijn. Dus hetgeen je ‘leuk’ of ‘goed’ noemt, moet je ook wel echt leuk of goed vinden. Hier ontstaat de eerste bobbel in de weg. Want heel veel dingen vinden wij normaal.

Het is normaal geworden dat je man de vuilnis buiten zet, het is normaal dat je eten kookt en het is vooral normaal dat betaald personeel doet waarvoor ze betaald worden. Toch zal je zien, hoe meer complimenten je mensen geeft voor iets doen wat ‘normaal’ is, hoe beter ze hun taken uitvoeren.

www.pixabay.com

Doet je partner meer of minder in het huis na een bedankje voor het doen van de afwas? Doet je werknemer meer of minder na een compliment voor de snelle afwerking van een opdracht? Mijn ervaring is dat mensen meer, maar vooral vrolijker aan de slag gaan na een compliment. Ze voelen zich gewaardeerd.

Een compliment geven start dus al bij het feit dat we alledaags gedrag niet zo normaal meer vinden. Dat betekent dat hetgeen wat jij zelf doet, ook best bijzonder is. En dat je jezelf daar best wat vaker een complimentje voor mag geven. Dan ga jij misschien ook vrolijker aan de slag.

Dus als je baalt aan het einde van de dag, omdat er zo weinig is gedaan. Benoem dan eens wat je wel gedaan hebt. En als kers op de slagroom: geef je zelf daarvoor een compliment!

Foto: Bram Hanemaaijer

Leren omgaan met sporters die anders zijn

In mijn ervaring staan veel coaches niet open voor het werken met sporters met een handicap. Jammer! want je kan zoveel van ze leren. Naast het feit dat zij heel goed laten zien hoe leuk sporten kan zijn, brengen ze je zwakke punten als coach razendsnel aan het licht. Durf jij de uitdaging aan?

Vroeger ging ik het liefst mensen met een handicap uit de weg. Ik liep er met een bocht omheen of ging bewust zo ver mogelijk van ze vandaan staan. Sinds ik steeds meer in contact kom met mensen met een handicap, realiseer ik mij wat ik daardoor juist gemist heb. Onvoorwaardelijk enthousiasme, oprecht spelplezier en fantastische leermomenten als coach.

In het onderwijs gebruikte ik het lesgeven aan deze doelgroep bewust. Want als je iemand met autisme een uitleg kan geven die voldoende is, weet je zeker dat je volledig en gestructureerd uitlegt. Als je iemand met ADHD zich kan laten concentreren, is je afwisseling van structuur en vrij spelen, stil zitten en bewegen in een goede balans.

www.pixabay.com

Daarnaast is het juist makkelijker om mensen met ADHD of syndroom van down enthousiast te krijgen. Het is zelfs moeilijk om niet enthousiast te worden van deze doelgroep. Hun eindeloze energie, vrolijke insteek en grappen en grollen brengen bij mij regelmatig een glimlacht op mijn gezicht.

Opvallend is, dat de algemene tips niet anders zijn dan bij andere sportlessen:

  • Zorg voor een veilige omgeving; voldoende ruimte, geen rondslingerende spullen, juiste temperatuur, voldoende zuurtstof en een noodplan bij ongevallen.
  • Zorg voor een veilig klimaat: er wordt niet gevochten, niet gescholden, niet gespuugd, iedereen is welkom en we mogen allemaal meedoen.
  • Zorg voor structuur: praatje, plaatje, daadje. Vertel kort en bondig wat de bedoeling is. Heeft het meer dan twee a drie zinnen nodig? Gebruik dan een bord om het ook uit te tekenen of loop door de zaal om het te laten zien. Daarna laat je of geef jezelf een voorbeeld van hoe het moet en gaan de leerlingen aan de slag.
  • Zorg dat er een afgesproken signaal is, waarbij iedereen stil moet staan of zitten. Bijvoorbeeld een fluitsignaal of bij doven; het licht uitdoen.
  • Zorg voor gezelligheid; grappige spelletjes, verkleden op feestdagen, muziek op de achtergrond (wel passend bij de doelgroep!) of gewoon een kopje limonade drinken met z’n allen na de les. Hoe leuker de leerlingen het vinden, hoe beter ze het gaan doen.

Maar net als bij sporters zonder een beperking; iedereen is ook uniek. Houd daar dus ook rekening mee.

Wil je meer weten over hoe je met deze doelgroep kan omgaan? KLIK HIER