Doen en blijven doen!

Je wilt een beter leven, gelukkiger zijn, meer rust of jezelf fitter voelen. Dan moet je eerst weten hoe, dan moet je het willen, het vervolgens kunnen om het uiteindelijk te gaan doen. Maar dat is niet het moeilijkste. Het blijven doen, dat is pas de echte uitdaging.

Stoppen met roken, dat doe je zo. Maar er vervolgens vanaf blijven is moeilijk. Beginnen met sporten, stap de deur uit en je gaat. Maar dit elke dag doen is een hele opgave. Voor mij is het ‘blijven bij wat je gelukkig maakt’, wat ik zo lastig vind om te blijven doen.

Het klinkt zo simpel. Doe vooral waarvan je gelukkig wordt. Dan word ik gezelliger, leuker, voel ik mij nuttig en fijn. Daardoor kan ik anderen beter helpen, want ik heb meer energie. Maar daar ligt precies mijn valkuil op de loer. Voor ik het weet val ik er prompt weer in.

En dat doet zeer. Vooral aan mijn trots. Weer teveel gedaan, weer niet goed naar mijzelf geluisterd, weer niet alles alleen kunnen doen. Maar de vraag is of ik dat ook allemaal in één keer moet willen?

Foto: Bram Hanemaaijer

Ook kan ik mijzelf afvragen of ik wel helemaal op de bodem lig of dat ik mijzelf slechts even verstapt hebt. Maar stel dat ik helemaal op de bodem lig, dan weet ik in ieder geval de route terug omhoog. Ik bent er tenslotte al eerder uit geklommen.

Een zeer treffend voorbeeld zag ik laatst in een film, over kinderen in Uganda. Waarvan hun ouders vermoord werden en zij werden gedwongen tot kindsoldaat. Mijn hart brak. Ik was boos, ontzet en oprecht verdrietig over de situatie.

In de film was er een Amerikaan die al zijn geld er doorheen braste om deze kinderen te helpen. Ten koste van zijn eigen gezin. Heel nobel en ik voelde dat ik dat ook moest doen. Dat ik zo boos was over wat daar gebeurde, dat ik ook wilde helpen.

Maar ik vroeg mijzelf wel af; ten koste waarvan? Want ik heb twee kleine kinderen. Wat als mij iets overkomt? Wat als al ons geld op is? Wat dan? Dus heb ik de route van een lafaard genomen en geld overgemaakt naar zijn goede doel.

Ik voelde mij een lafaard. Deze kinderen hebben hulp nodig en ik maak alleen maar een beetje geld over… Maar dit is juist goed. Ik zal eerst voor mijzelf moeten zorgen, voordat ik anderen kan helpen. Dus klom ik uit mijn valkuil en besloot dat ik deed wat ik op dat moment kon doen en dat was goed genoeg.

Op zoek naar soortgenoten

Laatst had ik een heel interessant gesprek. We hadden beide een roerige tijd achter de rug en hadden nu grootste plannen. Het doel was helder, maar vast stond ook; dit konden we niet alleen! Maar op het moment dat je afhankelijk bent van een ander, begint het probleem. Niemand is zoals jij, niemand denkt zoals jij of wil hetgeen jij wilt. Hoe kan je dan medestanders vinden om je project te laten slagen? Heel simpel: je moet op zoek naar soortgenoten!

Soortgenoten zijn mensen die jouw passie delen. Die enthousiast worden van jouw idee. Hun ogen gaan stralen, hun hart gaat sneller kloppen en jullie idealen zijn gelijk. Toch kunnen jullie als mens ongelijk zijn.

Waar de één goed is in creëren, is de ander goed in organiseren. Daarnaast zijn er ook mensen die gedetailleerd werken of juist kijken naar het grote geheel. Dat maakt allemaal niet uit. Wat van belang is, is de betrokkenheid. Hoe graag wil de ander dat jouw idee slaagt? Hoe betrokken en begaan voelt de ander zich met jouw plan of project?

www.pixabay.com

Op tijd deze betrokkenheid herkennen is essentieel. In een eerste gesprek merk je dit aan de energie van de ander. Enthousiasme, de klik en de aanzet tot vervolg. Toch verliezen mensen zichzelf wel eens in hun enthousiasme en bedenken ze zich later.

Afname van tijd, inzet en bereikbaarheid zijn de eerste waarschuwingssignalen. Dan is het tijd om aan de ander te vragen of hij het idee nog wel ziet zitten? Of diegene er wel tijd voor heeft? Of het op dit moment wel uitkomt? Anders saboteert de ander ‘onbedoeld’ jouw ideaal, door er geen prioriteit van te maken. Wat het voor jou wel is.

Bron: Johannes

Een ander waarschuwingssignaal is iemand die zijn afspraken niet nakomt of zijn taken niet uitvoert. Dan is iemand duidelijk een bijdrager. Die zijn leuk om er extra bij te hebben, maar moeten niet één van de karrentrekkers zijn. Zo iemand is fantastisch om een keer mee te laten denken of te laten helpen bij deeltaken, als diegene kan. Maar besef je dat dat, het is. Meer moet je van deze persoon ook niet verwachten.

Tegenpolen moet je niet mijden, maar ook niet omarmen. Het is goed voor de kritische noot, maar laat je niet ontmoedigen. Zoals Theodore Roosevelt in 1910 al zei (vrij vertaald); “zolang je niet zelf in de ‘arena’ staat, risico neemt en je handen vuil maakt, kan je ook niet uit ervaring spreken. Wat is dan de waarde van jouw feedback?”

Kortom zoek mensen die jou versterken. Die energie geven en jouw passie delen. Leer van kritiek, maar blijf in jezelf geloven. Uit ervaring weet ik dat dat laatste makkelijker samen met een soortgenoot:)

Trakteer eens op een compliment!

Hoe laat je iemand lachen? Hoe beur je iemand op? Hoe creëer je een positieve mindset? Geef een compliment! Coachingswebsites staan er vol mee en ook de afgelopen drie cursusdagen* werd deze strategie veelvuldig aangehaald en besproken. Wat als je deze strategie ook eens in kon zetten voor jezelf?

Een compliment moet oprecht en gemeend zijn. Dus hetgeen je ‘leuk’ of ‘goed’ noemt, moet je ook wel echt leuk of goed vinden. Hier ontstaat de eerste bobbel in de weg. Want heel veel dingen vinden wij normaal.

Het is normaal geworden dat je man de vuilnis buiten zet, het is normaal dat je eten kookt en het is vooral normaal dat betaald personeel doet waarvoor ze betaald worden. Toch zal je zien, hoe meer complimenten je mensen geeft voor iets doen wat ‘normaal’ is, hoe beter ze hun taken uitvoeren.

www.pixabay.com

Doet je partner meer of minder in het huis na een bedankje voor het doen van de afwas? Doet je werknemer meer of minder na een compliment voor de snelle afwerking van een opdracht? Mijn ervaring is dat mensen meer, maar vooral vrolijker aan de slag gaan na een compliment. Ze voelen zich gewaardeerd.

Een compliment geven start dus al bij het feit dat we alledaags gedrag niet zo normaal meer vinden. Dat betekent dat hetgeen wat jij zelf doet, ook best bijzonder is. En dat je jezelf daar best wat vaker een complimentje voor mag geven. Dan ga jij misschien ook vrolijker aan de slag.

Dus als je baalt aan het einde van de dag, omdat er zo weinig is gedaan. Benoem dan eens wat je wel gedaan hebt. En als kers op de slagroom: geef je zelf daarvoor een compliment!

Foto: Bram Hanemaaijer

Sta je vast?

Zit je vast? Kom je voor je gevoel niet vooruit? Kan niemand je helpen? Of doen ze het allemaal verkeerd? Misschien heb je last van aangeleerde hulpeloosheid. 

Aangeleerde hulpeloosheid is  een fenomeen wat kan ontstaan als je als kind het gevoel had dat je nooit iets zelf mocht kiezen. Of dat je ergens invloed op had. Ken jij zo’n persoon of ben jij zo’n persoon? Geen stress, je bent nog te redden!

Het enige wat je nodig hebt, is jezelf afvragen: wat kan ik zelf doen om mijn situatie te verbeteren? Laten we de situatie uit onderstaande video als voorbeeld nemen. De mensen op de roltrap hadden zelf kunnen gaan zingen. Of en goed gesprek kunnen houden of zelf omhoog kunnen lopen.

Je oplossing of idee hoeft namelijk niet gelijk goed te zijn. En wat is goed? Dat is voor iedereen anders. Er leiden ten slotte meerdere wegen naar Rome en drie keer linksaf is ook rechtsaf. Want leren is proberen. En alleen door te proberen kan je nieuwe dingen leren.

Je vraagt je misschien af waarom je het zou willen leren. Voor mij was dat antwoord simpel; ik wilde mijn situatie veranderen. Ik wilde mijzelf fijner voelen, beter in mijn vel en meer zelfvertrouwen krijgen.

Door steeds nieuwe dingen te proberen, hier van te leren en weer volle moed verder te gaan, ben ik al een heel eind gekomen. Het is niet altijd makkelijk, maar ik sta ook niet meer vast op mijn roltrap.

Foto: Bram Hanemaaijer

Wil jij dit ook kunnen, probeer eens het volgende:

Kies een activiteit die je altijd al had willen proberen of die al heel lang op je ‘to do’-lijstje staat. Dit kan zijn: een bepaald recept koken, een schilderij ophangen of een blogsite beginnen. Google hoe het moet, bekijk een filmpje en ga aan de slag. Geef niet gelijk op, maar ga door tot het gelukt is. Schrijf na iedere poging twee dingen op die goed gingen en ga deze dingen weer doen bij je volgende poging.

Wat was het resultaat?

Ben jij ook zo goed in loslaten?

Laatst vroeg een pupil van mij om advies. Ze presteerde goed, maar toch schreef de omgeving het af aan toeval, mazzel of geld. Het frustreerde haar enorm en ik kon dat goed begrijpen. Mijn advies: “laat het los”. Waarop zij terecht vroeg: “hoe dan?”

Op veel mindfullness of zelfhulpwebsites lees ik blogs over het loslaten. Loslaten wat anderen van jou vinden. “Hun mening is niet belangrijk, alleen de jouwe telt.” “Je hebt als kind altijd gestreefd naar goedkeuring van je ouders, daarna van je vrienden, maar wat vind je nou echt zelf?” Luister daarnaar en het geluk ligt schijnbaar aan je voeten.

Maar het probleem is: hun mening is wel belangrijk! Ik ben een sociaal wezen en vind het fijn als mensen graag bij mij in de buurt zijn. Dat doen ze alleen als ze mij aardig vinden. Het mooiste zou zijn als ze mij ook nog een beetje bewonderen. Dat blijft leuk;) Hoe kan ik hun mening dan loslaten en toch mijzelf blijven?

www.pixabay.com

Bij mij kwam er een ‘AHA’-moment, toen ik het verhaal van iemand las die introvert was. Zij had dat altijd als iets negatiefs gezien, maar merkte dat ze daardoor ook positieve kwaliteiten heeft.

Ik ben introvert van nature, maar gedraag mij altijd extrovert. Dat is mijn schild. Anders vinden mensen je saai of raar. Maar dit schild zuigt energie. Want ik doe daardoor de hele tijd dingen die niet bij mij passen.

Van nature ben ik stil. Een ‘kat uit de boom’-kijker. Kan ik uren in de natuur zitten en genieten van mijn omgeving. Ik kan een hele dag alleen thuis zijn en de dag van mijn leven hebben.

Toch vind ik het werken met mensen vind ik fantastisch. Daarom ben ik mij anders voor gaan doen, want anders ben je niet geschikt. Maar na het verhaal van mijn mede-introvert ben ik eens gaan kijken wat mijn introverte kwaliteiten zijn.

www.pixabay.com

Ik kan namelijk veel rust brengen in een situatie. Ook kan ik heel oprecht contact maken met mensen. Dit zijn volgens mij hele goede kwaliteiten voor een hulpverlener. Ook hou ik zo veel meer energie over, waardoor ik langer onder de mensen kan zijn, dan als ik mijn extroverte schild gebruik.

Hoe meer ik dit ben gaan beseffen. Hoe meer ik dit ben gaan ACCEPTEREN. Hoe meer ik bewust vaker alleen ben. Hoe meer ik mij bewust terug trek als het nodig is. Hierdoor voel ik mij beter en ben ik zelfverzekerder geworden.

Dus om weer terug te gaan naar de kern van deze blog; mijn advies is niet loslaten, maar jezelf omarmen. Dat is een schild, waar niemand doorheen kan komen.

Aftrap spelenderwijs ruiterfit

Vandaag vond op de Bixiedag van KNHS Noord-Holland de aftrap van spelenderwijs ruiterfit plaats. Een project om jonge ruiters te motiveren om fit en gebalanceerd te trainen, waardoor ze nog beter kunnen ponyrijden. Om over de voordelen voor hun leervermogen en fysieke gezondheid nog maar te zwijgen.

De jonge ruiters konden springen, voltigeren, dressuur te stokpaard, puzzelen en een ware pas de deux bootcamp uitvoeren en daarmee stempels verzamelen om kans te maken op een mooie prijs; les van de Nederlands voltigekampioene Carola Sneekes.

Al moest dan wel de vraag beantwoord worden: hoeveel suikerklontjes zitten er in AA-drank? Klik snel op de link als je het niet weet!

Het concept werd niet alleen door de kinderen omarmd, maar ook geprezen door Rosline Bixie fanclub, wat te zien is in het interview met mij op hun Facebookpagina.

Dit is nog niet het einde, maar pas het begin! Blijf de website volgen voor meer nieuwtjes en updates m.b.t. dit onderwerp!

Topsportcoach: motiveer je creativiteit

Cynthia Danvers is internationaal jurylid en voltigetrainer. Ze staat bekend om haar unieke thema’s, originaliteit en creatieve aankleding. ‘Vault like there is no midnight’ is na vorig seizoen een begrip geworden, die zelfs door de FEI (internationale paardensportbond) is opgepikt. Lees hier haar geheim:

Iedereen kan creatief zijn, maar we verstoppen onze creativiteit al snel door de uitspraak: “ik ben niet creatief!” Wie zich openstelt om deze gedachte te laten varen en je gevoel laat spreken, zal merken dat je je nergens voor hoeft te schamen. Iedereen kan wel iets creatiefs bedenken of uitvoeren!

Mijn motto is: “waar een wil is , is een weg!”

Maar hoe vind je die weg? Door ‘out of the box’ te denken, bedenkt ons brein de meest creatieve dingen. Dit klinkt moeilijk, maar het begint met inspiratie.

In onze sport ‘voltige’ hebben we deze inspiratie vooral nodig bij de kür. Hier bedenk je een thema als leidraad voor de oefeningen en voor de muziek. Ik kan mijn creativiteit triggeren door mijn eigen leerlingen. Ik vind het een sport om het uiterste uit ze te halen en ze optimaal te laten presteren. Dit doe ik onder andere door ze te motiveren en hun creatieve skills te ontwikkelen.

www.KNHS.nl

De grootste vijand van jezelf, en van je leerlingen, is jezelf open durven stellen om creatief te zijn. Vanuit onzekerheid wordt hierbij vaak gedacht: “Wat vinden anderen van wat ik doe?” of “Is dit niet raar?” of een hele bekende: “Straks sta ik voor schut!” Het gevolg hiervan is dat je iets simpels en/of iets veiligs gaat doen. Maar dat is saai.

Daar gaat het dus mis, leer je leerlingen (en jezelf) om speciaal te zijn, en laat merken dat je ze ook speciaal vindt!! Geef ze het zelfvertrouwen en geborgenheid. Dit doe je door te laten zien dat je achter hun ideeën staat. Geef positieve feedback en geef eerder een aanvullende tip dan dat je hun idee afkeurt.

Leer ze om zichzelf open op te stellen, bijvoorbeeld door jezelf ook kwetsbaar op te stellen. Vorm hierbij een team met jouw leerlingen. Hier kan je een rolmodel zijn. Doordat ze zichzelf open stellen, wordt hun creativiteit meer ontwikkeld en ervaren ze dat je er dan veel meer van kan genieten als sporter.

www.pixabay.com

Wat ook kan helpen is een thema met muziek kiezen, wat bij de voltigeur past. Laat ze ook in dit proces zelf meedenken. Leer ze om de muziek te voelen en met de kür oefeningen een verhaaltje te laten vertellen. Verdiep je daarbij in het verhaal en zorg dat je samen enthousiast wordt. Het is jullie feestje!

Een derde tip is om ervoor te zorgen dat ze de kür goed kunnen uitvoeren en beheersen. Daardoor gaan ze met meer zelfvertrouwen de ring in tijdens een wedstrijd. Ze weten dat het wel goed komt.

En het allerbelangrijkste; dat ze er plezier in hebben. Vanuit plezier komen de beste resultaten en laat je de meest natuurlijke uitstraling zien die er is. Als je zo hard getraind hebt dat het in de training (bijna) altijd lukt, wordt je veel opener en straal je meer zelfvertrouwen uit.

Conclusie:  “The Sky is the limit” en wordt alleen maar beperkt door jouw eigen denken.

www.pixabay.com

Meer weten over Cynthia? kijk op Facebook of haar website

Hoe motiveer ik mijn sporter? (3 tips)

Deci en Ryan (2002) beschrijven in hun zelfbeschikkings-theorie hoe men de intrinsieke motivatie zou kunnen aanwakkeren. De motivatie vanuit de sporter zelf. Met andere woorden: zodat jij als coach niet hoeft te trekken aan een dood paard. Wil jij ook dat jouw sporters uit zichzelf gaan bewegen? Lees dan vooral verder!

Volgens Deci en Ryan zijn er drie universele, psychologische behoeften, die bijdragen tot intrinsieke motivatie. Namelijk:

  • jezelf competent voelen; ik kan het!
  • autonomie ervaren; ik mag zelf ook meebepalen!
  • verbinding voelen met de omgeving als; jullie zijn belangrijk!

Dit klinkt misschien heel vaag. Daarom geef ik je graag vanuit mijn praktijkervaring 3 tips:

Bron: flexmonkey

1.COMPETENT VOELEN

Geef specifieke, doelgerichte en vooral positieve feedback. Goed zo is leuk, maar dan weet de sporter niet wat hij de volgende keer weer moet doen. Wat goed dat je naar het doel bleef kijken met schieten, is veel specifieker. Dan weet de sporter: dat moet ik de volgende keer dus weer doen.

2.AUTONOMIE

Bied verschillende werkwijzen aan tijdens de training. Je kan oefeningen in groepsverband aanbieden, schema’s voor thuis en oefeningen die de sporters zelfstandig moeten doen. Ook kan men bewust heel veel techniek trainingen doen of juist veel wedstrijdjes spelen. Vervolgens kan je de sporters een training zelf laten kiezen: wat werkt voor jou het prettigste?

3. VERBINDING

Voor de laatste is het van belang dat je individuele aandacht geeft. Af en toe een schouderklopje. Vragen hoe het gaat? Kletspraat over andere dingen dan sport. Gewoon omdat je de sporter belangrijk vind. Dan voelt de sporters zich mogelijk ook meer verbonden met jou als trainer, wat ten goede kan komen voor de motivatie.

Als extra tip verwijs ik naar mijn eigen boek en naar de vier inzichten van het NOC*NSF.

Dit waren mijn suggesties voor nu, heb je nog aanvullende tips of suggesties: laat je horen!