Podotherapeut: voorkom blessures

David Müskens is podotherapeut, Emmett therapeut en Touch of Matrix Therapeut. De turnsport speelt een belangrijke rol in zijn leven. Hij heeft vroeger zelf altijd geturnd en is uitgekomen op Nederlandse kampioenschappen. Ook is hij werkzaam geweest als eerste graads sportdocent op de sportacademie en heeft hij turnselectiegroepen mogen trainen. David werkt nu tien jaar als therapeut en behandelt wekelijks diverse (top) gymnasten uit het hele land. 

Gymnastische sporters vragen veel van hun lijf. Dat is prima. Maar soms geeft het lijf toch een bepaald signaal af. Dat het even teveel is of dat je eenzijdig belast. Vaak uit zich dit in een blessure…

Wanneer er sprake is van een klacht aan de voet, knie, heup of lage rug is het mogelijk dat een podotherapeut jou kan helpen. De reguliere podotherapeut maakt dan een inlegzool voor in je dagelijkse schoenen. Maar jij als (top)turner hebt juist last IN de turnhal. Als je juist niet jouw dagelijkse schoenen draagt.

Een praktijkvoorbeeld zijn hielklachten (Morbus Sever). Hierbij is sprake van een geïrriteerde groeischijf omdat de hielen veel harde klappen krijgen te verduren tijdens het sporten. Dit komt omdat gymnastische sporters vaak hypermobiel zijn. Dit is handig bij het turnen, maar doordat de bewegingen in de gewrichten erg ruim zijn, zorgt dit ook voor een enorme trekkracht aan spieren en banden. Dit kan leiden tot pijn aan de peesplaat onder de voetboog (fasciitis plantaris) of last van de achillespezen, knie- of enkelbanden.

Daarom heb ik als als podotherapeut mijn turnachtergrond gebruikt heb om een zooltherapie te ontwikkelen speciaal voor in turnschoenen. Die ontworpen is om de impact van de harde klappen te verkleinen en je voet optimaal te ondersteunen. Speciaal voor top en recreatie turners vanuit alle acrobatische sporten. Zodat jouw blessure je niet hoeft te remmen in jouw sport.

Als je bij een podotherapeut komt, krijg je een uitgebreid onderzoek bestaande uit een vraaggesprek, standsanalyse, functieonderzoek, de palpatie en een digitale loopanalyse. Daarna wordt de zooltherapie in de schoen aangemeten. In mijn praktijk is deze ‘inlay’ speciaal ontworpen voor turnschoenen. Deze bevat namelijk schokdempend materiaal en daarnaast verschillende corrigerende elementen om de voet in de juiste positie te plaatsen.

Conclusie: podotherapeutisch aangepaste turnschoenen zorgen ervoor dat het lijf wordt ontlast op de momenten waar het nodig is. Door het lijf in de juiste positie te zetten en harde klappen op te vangen wordt er minder van je spieren, pezen en banden gevraagd. Daarnaast worden ook nog eens de groeischijven ontlast door de schokdemping die er in de turnschoenen is aangebracht. Waardoor je kan doen waar je van houdt: over de kop gaan en door de lucht vliegen, met een veilig landing. Altijd fijn!

Nieuwsgierig naar meer? Ga dan nu naar www.turnpodotherapie.com

Het taboe waar de sportwereld over zwijgt

Ik heb al in een eerdere blog aangegeven hoe belangrijk het is dat een sporter ontspant om voldoende kracht te kunnen hebben. Maar dit onderwerp wil ik graag nog verder toelichten. Want niet alleen wordt je sterker als je werkt vanuit ontspanning, je voorkomt ook blessures. Maar daarover straks meer, want er is nog een groter probleem. 

GEEN ZIN OM TE LEZEN? BEKIJK DAN DE VOLGENDE VIDEO’S:

Er is namelijk nog een groter probleem. Urineverlies. Dit komt bij zowel mannelijke als vrouwelijk sporters voor. In Portugal zelfs bij bijna 30% van de vrouwelijk sporters*. Waarom is dit jouw probleem? Omdat jouw trainingsmethode jouw sporter misschien wel incontinent maken. Dus tijd om je verantwoording te pakken als coach en te lezen wat je hieraan kan doen.

In mijn vorige blog had ik de enkel als voorbeeld genomen. Dat als je ontspannen op één been gaat staan, je beter met krachten van buitenaf om kan gaan. Dit in vergelijking als je al je spieren aanspant en je enkel vastzet. Dit geldt ook voor je bekken en lage rug. De kern van het lichaam. Want aan je bekken zitten je benen vast en aan je romp zitten je armen en je hoofd vast. Als er in het midden iets niet goed functioneert, kan dat gevolgen hebben voor de hele keten.

Je kan dit vergelijken met dominosteentjes. Als ze allemaal goed staan, vallen ze in één vloeiende beweging om. Maar als één steentje de volgende mist, stopt de hele keten. Dit geldt ook voor het lichaam. Hoeveel kracht je ook in je benen hebt, als je steeds door je heup zakt, kan je nog steeds niet goed springen.

bron foto's: www.pixabay.com

Dit kan blessures opleveren, omdat men dan gaat compenseren. Andere spieren raken overbelast. Maar het kan ook zo zijn dat die hoge spierspanning pijnklachten gaat geven. Loop maar eens een hele dag met opgetrokken schouders, dat gaat vanzelf pijn doen. Pijn in de lage rug of bekken bij sporters, kan dus duiden op een te hoge spanning. Met name van de bekkenbodem en de buikspieren.

De bekkenbodemspier is de spier die onder andere zorgt voor stabiliteit in het bekken. dus als we deze te hard aan spannen, wat automatisch gebeurt als je je buik aanspant, dan kunnen we stabiliteitsproblemen krijgen in de heupen of lage rug. Daarnaast zorgt deze spier ook voor onze continentie. Als deze spier te gespannen is, kan deze geen tegendruk meer leveren bij hoge druk. Bijvoorbeeld bij het springen. Misschien dat dat verklaart waarom 80% van de trampoline springers incontinent zijn. Maar ook bij balsporten en in de atletiek komt het voor.

Daarnaast kan de sporter obstipatie krijgen, pijn bij seks en regelmatige urineweginfecties. Genoeg redenen, lijkt mij, om hier iets aan te doen. En dit is niet zo moeilijk. Namelijk; leer je sporter te ontspannen. Een goede buikademhaling, waarbij de buik opbolt als je inademt en terugveert (zonder aan te spannen) als je uitademt. Doe dit vooraf aan iedere sportoefening en tussendoor. Op deze manier zal je lichaam vanuit ontspanning moeten gaan dirigeren en leren. Hierdoor zal de sporter efficiënter gaan bewegen en blessures voorkomen.

Als laatste is het belangrijk dat de sporters die al urineverlies hebben, de juiste hulp krijgen. Want er is vaak iets aan te doen. Praat erover met je sporters en verwijs ze naar de huisarts of een bekkenfysiotherapeut. Laat je sporter niet met zo’n probleem rondlopen. Ik durf te verzekeren dat dat ten koste gaat van de sportieve prestaties, maar ook van iemands eigenwaarde.

Meer weten? klik op deze link

*recente data bij Nederlandse sporters ontbreekt, omdat het simpelweg nog niet onderzocht is. Dat betekent niet dat het probleem niet bestaat!

Hoe hou ik mijn voltigepaard fit?

Tijdens een voltigetraining wil je je voltigeurs veel laten doen en leren, maar je wilt je paard ook niet overbelasten. Hier volgen een paar simpele trucs om jouw voltigetraining, op het paard, zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

Als eerste de voorbereiding. Het maakt natuurlijk wel uit of je met een team of met een solo aan het trainen bent. Als er meer dan drie voltigeurs in je les zitten, is een ton eigenlijk onontbeerlijk voor een efficiënte training. Dan kan je een briefje maken met opdrachten voor op de grond en op de ton. Bij voorkeur ter voorbereiding voor hetgeen ze op het paard gaan doen. Je bespreekt bijvoorbeeld in stilstand de vlag, met een voorbeeld op het paard. Geeft daarna de opdracht om de vlag zelfstandig te oefenen op de ton en op de grond. Laat ze elkaar corrigeren en de vlag minimaal tien keer door nemen, voordat ze het op het paard mogen proberen. Werk je ook gelijk weer aan de zelfstandigheid van je sporters.

Opbouw

Bij een kleinere groep vind ik het handig om vooraf in stap, hetgeen je in galop gaat doen, drie keer achter elkaar uit te laten voeren op het paard. Ik merk dan dat hetgeen ik aan wil leren er zo ingeslepen zit, dat ik in galop nauwelijks hoef te corrigeren en mij kan concentreren op het paard. Als blijkt dat dit niet zo is: terug naar stap, eerst weer corrigeren, de beweging inslijpen en dan pas weer in galop. Niet alleen voorkom je dat je paard eindeloos moet galopperen en daardoor uitgeput raakt, ook voorkom je dat je paard onnodig verkeerd belast wordt en de oefening misschien niet meer leuk gaat vinden. Harde landingen, prikkende tenen, ze accepteren het braaf, maar leuk is anders!

Afwisseling

Ook is het goed voor de voltigeurs en voor je paard om op de rechterhand dingen te oefenen. Ik start met inlongeren altijd rechtsom en laat de voltigeurs opzwaaien tot ligsteun, bankje maken en staan in draf. Dit herhaal ik daarna in galop. De eerste oefening is voor de lichaamsspanning tijdens de beweging van het paard. Het bankje is essentieel voor een goede vlag. En als je rechtsom goed kan staan, is linksom een makkie. Aan het einde longeer ik het paard rechtsom uit en soms laat ik de voltigeurs dan weer een ronde staan. Zelfs met binnen-, buitenwaarts en, bij hele goede voltigeur, ook achterwaarts staan. Maar je kan het ook tijdens de training doen. Ik kies daar niet snel voor, omdat je in een opbouw werkt en als ik tussendoor van kant wissel, verbreekt dat mijn opbouw. Maar aan de andere kant laat motorisch leren zien dat variëren goed is voor het kunnen improviseren van je sporter. Dus voor beiden is iets te zeggen.

Blessurepreventie

Als je je paard nog aan het opbouwen bent in kracht, kan je je voltigeurs afwisselen in galop en stap. De helft doet in stap een oefening en de andere helft in galop. Om en om doe je een voltigeur in galop en daarna in stap en daarna weer in galop, enz. Door veel overgangen te maken met je paard, kan je de verzameling goed trainen, wat ten goede komt voor de kracht. Ook train je zo gelijk niet te lang. Want als je echt kracht wil trainen, moet je je beperken in de tijd. Anders zit je gauw op conditie en wordt je paard niet sterker.

Ook gaat je paard compenseren als hij moe wordt en dit kan blessures in de hand werken.  Ik vind eigenlijk dat de krachttraining en balanstraining van je paard voornamelijk buiten de voltigetrainingen moet gebeuren, zodat dat hij voor de training zelf fit genoeg is. Met andere woorden: dat het paard nooit dingen hoeft te doen met voltige die boven zijn of haar macht zijn. Maar de wereld is geen utopie en je moet soms roeien met de riemen die je hebt. Dan is dit een goed alternatief.

Vond je dit artikel nuttig? Deel jouw mening, tips of enthousiasme hieronder!

Topsportcoach: motiveer je creativiteit

Cynthia Danvers is internationaal jurylid en voltigetrainer. Ze staat bekend om haar unieke thema’s, originaliteit en creatieve aankleding. ‘Vault like there is no midnight’ is na vorig seizoen een begrip geworden, die zelfs door de FEI (internationale paardensportbond) is opgepikt. Lees hier haar geheim:

Iedereen kan creatief zijn, maar we verstoppen onze creativiteit al snel door de uitspraak: “ik ben niet creatief!” Wie zich openstelt om deze gedachte te laten varen en je gevoel laat spreken, zal merken dat je je nergens voor hoeft te schamen. Iedereen kan wel iets creatiefs bedenken of uitvoeren! 🙂

Mijn motto is: “waar een wil is , is een weg!”

Maar hoe vind je die weg? Door ‘out of the box’ te denken, bedenkt ons brein de meest creatieve dingen. Dit klinkt moeilijk, maar het begint met inspiratie. In onze sport ‘voltige’ hebben we deze inspiratie vooral nodig bij de kür. Hier bedenk je een thema als leidraad voor de oefeningen en voor de muziek. Ik kan mijn creativiteit triggeren door mijn eigen leerlingen. Ik vind het een sport om het uiterste uit ze te halen en ze optimaal te laten presteren. Dit doe ik onder andere door ze te motiveren en hun creatieve skills te ontwikkelen.

De grootste vijand van jezelf, en van je leerlingen, is jezelf open durven stellen om creatief te zijn. Vanuit onzekerheid wordt hierbij vaak gedacht: “Wat vinden anderen van wat ik doe?” of “Is dit niet raar?” of een hele bekende: “Straks sta ik voor schut!” Het gevolg hiervan is dat je iets simpels en/of iets veiligs gaat doen. Maar dat is saai.

Daar gaat het dus mis, leer je leerlingen (en jezelf) om speciaal te zijn, en laat merken dat je ze ook speciaal vindt!! Geef ze het zelfvertrouwen en geborgenheid. Dit doe je door te laten zien dat je achter hun ideeën staat. Geef positieve feedback en geef eerder een aanvullende tip dan dat je hun idee afkeurt.

Leer ze om zichzelf open op te stellen, bijvoorbeeld door jezelf ook kwetsbaar op te stellen. Vorm hierbij een team met jouw leerlingen. Hier kan je een rolmodel zijn. Doordat ze zichzelf open stellen, wordt hun creativiteit meer ontwikkeld en ervaren ze dat je er dan veel meer van kan genieten als sporter.

Wat ook kan helpen is een thema met muziek kiezen, wat bij de voltigeur past. Laat ze ook in dit proces zelf meedenken. Leer ze om de muziek te voelen en met de kür oefeningen een verhaaltje te laten vertellen. Verdiep je daarbij in het verhaal en zorg dat je samen enthousiast wordt. Motiveer je leerlingen ook om zichzelf te laten zien en zich niet druk te laten maken over wat anderen er van denken. Het is jullie feestje!

Een derde tip is om ervoor te zorgen dat ze de kür goed kunnen uitvoeren en beheersen. Daardoor gaan ze met meer zelfvertrouwen de ring in tijdens een wedstrijd. Ze weten dat het wel goed komt. En het allerbelangrijkste; dat ze er plezier in hebben. Vanuit plezier komen de beste resultaten en laat je de meest natuurlijke uitstraling zien die er is. Als je zo hard getraind hebt dat het in de training (bijna) altijd lukt, wordt je veel opener en straal je meer zelfvertrouwen uit.

Conclusie: Motiveer je leerlingen om zichzelf te zijn en stimuleer je eigen creativiteit door je open te stellen en te ontdekken dat de hele wereld uit zoveel moois bestaat, waaruit wij zeeën van creativiteit uit kunnen ontwikkelen. “The Sky is the limit” en wordt alleen maar beperkt door jouw eigen denken.

Cynthia Danvers

15387423_10211237924174195_292152907_o
meer weten over Cynthia? kijk op Facebook of haar website

Ben jij een ‘kloon-coach’?

Volgen jouw sporters jouw aanwijzingen blindelings op? Als jouw pupillen anderen training geven, geven ze dan precies dezelfde aanwijzingen als jij? Doen ze dezelfde warming-up methode? Krachtoefeningen? Opbouw van techniek? Misschien gebruiken ze zelfs jouw vaste slogans! Dat voelt misschien als een compliment, maar is dat het ook? Of heb je jouw sporters tot afhankelijke groupies gemaakt, die alles volgen wat jij zegt? Dit is niet wenselijk. Want echte toppers in de sport, zijn zelfstandig en onafhankelijk. Dus tijd voor een reality-check!

Mijn reality-check vond een week geleden plaats, toen mijn pupillen elkaar corrigeerden en ik doorvroeg naar het waarom. Het gevolg:…… (inderdaad, niets!). Het bleef muisstil. Ik heb blijkbaar mijn voltigeurs geleerd mij na te apen, zonder kritisch te zijn op wat ik doe! Dat is niet handig, want zelfs sportpsychologe Nicky Bosman is het met mij eens, dat een zelfstandige sporter veel meer potentie heeft om te pieken dan een afhankelijke.

Dus even een theorielesje voor mijn voltigeurs: waarom doen we het zo? Maar ja, dat maakt het alleen maar erger. Want als nog geloven ze blindelings, hetgeen wat ik zeg. Een collega van mij toonde dit aan in een college door te praten over een albatros tijdens een anatomie college. Door alle Latijnse benamingen, hadden studenten niet eens gemerkt dat de albatros geen anatomische term is en dus niet in het lichaam bestaat. Ze namen zijn ‘fake fact’ voor waarheid aan. Dat wil je niet bij je sporters. Je zou het in ieder geval niet moeten willen.

Maar hoe zorg ik dan wel dat ze zelfstandig na blijven denken? Simpel, wees niet de oplossing! Als ze het antwoord niet weten, laat het ze opzoeken. Kunnen ze het niet vinden, vraag naar hoe ze gezocht hebben en hoe ze dit anders zouden kunnen doen. Je merkt het al, het gaat vooral om doorvragen, in plaats van antwoord geven. Misschien klinkt dit als omslachtig, maar hierdoor gaan jouw sporters zich competent voelen en ervaren ze autonomie. Vooral als je tussendoor positieve feedback geeft.

Hierdoor wordt de intrinsieke motivatie getriggerd en hoef je niet aan een ‘dood paard’ te trekken om ze in beweging te krijgen. Deze methode wordt toegepast in het didactisch coachen en in de oplossingsgerichte therapie.

Dit zijn niet alleen sport skills, maar ook life skills. Want iedere sporter is ook een mens. Uiteindelijk hoef je daardoor  minder hard te werken;)

foto’s: www.pixabay.com

Hoe leer ik makkelijk voltigetechnieken aan?

Minder praten en meer laten doen. Dat zou het motto moeten zijn als je kijkt naar de recente ontwikkelingen in het motorisch leren. Externe focus, knowledge of results en niet te vergeten de impliciete kennisopbouw, is een flinke opmars aan het maken binnen de sportwereld. Maar wat kan je hiermee als voltigeur? Dat is niet zo moeilijk, let maar op!

Van belang is dat jouw coach weinig tegen je praat en aanspraak maakt op het zelfregulerende vermogen van het lichaam. Je wil dat het lichaam zelf gaat corrigeren bij fouten. Zonder dat je teveel moet na denken. Net als dat ons lichaam vanzelf corrigeert als je van een stoep afstapt. Dus als iets fout gaat: doe het nog een keer. Laat niemand nog feedback geven. Waarschijnlijk gaat het automatisch beter de tweede keer. Vooral als je je focust op iets in de omgeving. zwaaien naar het dak bijvoorbeeld.

Werkt dit niet? creëer dan zo’n omgeving dat het maken van fouten niet gebeurd. Of zo min mogelijk in ieder geval (foutloos leren). Bijvoorbeeld opzwaaien met behulp van een salto gordel. Zo slijpt de beweging er vanzelf in.

Of laat een video zien van de beweging, dan kan je leren middels observerend leren. Op dezelfde manier heb je ooit leren lopen.

Daarnaast is het van belang om veel te variëren. Zodat jouw lichaam in kan spelen op iedere situatie. Bedenk daarbij dat fouten maken, juist variaties zijn. Variaties waar het lichaam op in moet spelen om zich te kunnen handhaven. Hoe beter het lichaam dit kan, hoe sneller en stabieler een sporter de techniek onder de knie kan krijgen. Fouten maken is dus essentieel om te kunnen leren.

Het voordeel is dat het ‘choking under pressure‘ fenomeen minder snel optreedt en je prestaties op wedstrijden verbeteren. Je gaat namelijk op de automatische piloot en denkt niet na over wat je moet doen. Want je weet niet hoe je het doet (het is je niet stap voor stap uitgelegd), dus moet je wel vertrouwen op je lichaam en niet nadenken, maar voelen. wat je ook doet als je wandelt of fietst.

Een laatste voorbeeld methode is eindpunt leren. Bijvoorbeeld met het opzwaaien. Maak een handstand (bij voorkeur op de ton) en laat jezelf langzaam zakken tot zit. Je doet de beweging achterstevoren, waardoor je voelt welke spieren gebruikt worden en hoe de beweging aanvoelt. Dit kan je natuurlijk doen met vangers, als je nog onvoldoende kracht heb. Al is een goede handstand op de grond kunnen maken een basisvoorwaarde!

Voor meer ideeën en tips? Bestel het boek ‘oefenen is meer dan trainen‘ en leer alles over de handige inzichten vanuit de wetenschap binnen de sport!


 

Fantastische slogan van het UMC in Utrecht!

“Jij de expert, Tom de specialist”

En zo is het precies! iedereen weet zelf het beste wat goed voor hun is en heeft alleen de expertise nodig van een hulpverlener of professional als deze kennis en inzicht mist. Om vervolgens hier zelf weer tot een eigen oplossing te komen!

Zie hier de zeer rake slogan van het UMC

 

 

 

Video trechtermodel

Het trechtermodel is een praktische vertaling van de succesvolle methodiek vanuit de gezondheidszorg, om jouw coaching op een optimaal niveau te brengen.

Namelijk door jouw handelen te baseren op wetenschap, ervaring en de specifieke kenmerken van jouw sporter.

In samenwerking met de video factory hebben we een video gemaakt om dit model duidelijker te maken.

Alvast bedankt voor het kijken!

Eigenheid sporter: 4 inzichten over trainerschap van het VSK

Een samenwerking van o.a. het NOC*NSF en het ministerie van VWS heeft een interessante en bruikbare methodiek opgelevert voor coaches die meer willen inspelen op de eigenheid van hun sporter.

Informatie is te vinden op de website, waar ook een leuk en duidelijk filmpje, over deze methodiek, te vinden is.

Daarnaast kan men een PDF-document downloaden, waar de methodiek in staat uit geschreven.

Naar mijn mening: een TOP initiatief!