Seksuologe: seks is ook bewegen

In deze blog schrijft seksuoloog Meike van ’t Hof hoe seks, of een gebrek aan seks, de kwaliteit van leven behoorlijk kan verlagen. Gelukkig kunnen (bekken)fysiotherapeuten in samenwerking met seksuologen hier iets aan doen!

Wist je dat zeker 30% van de mensen ooit problemen op seksueel gebied ervaart? Het zijn niet de problemen die je makkelijk deelt met anderen, even gezellig bij de borrel. Überhaupt praten we eigenlijk met maar weinig mensen echt over wat onze seksuele gevoelens, vragen, gedachten, onzekerheden en verlangens zijn. Dat heeft er alles mee te maken dat we heel kwetsbaar zijn als het om seksualiteit gaat. Het is heel persoonlijk en zeer intiem.

Soms weet zelfs je eigen partner niet hoe jij er precies over denkt of welke verlangens jij hebt. Het bijzondere aan seks is dat het eigenlijk alles met communicatie te maken heeft en communicatie zelfs ook zeer belangrijk is om tot prettige seks te kunnen komen. Door goed naar elkaar te kijken, te luisteren, elkaar te ontdekken en te onderzoeken wat jijzelf en die ander fijn vindt leer je elkaar steeds beter kennen.

Echter om je te laten kennen, is het ook nodig jezelf te laten zien en uit te durven spreken wat je fijn vindt, elkaar daarop durven te bevragen. Wanneer er problemen zijn op seksueel gebied kan dat jezelf en je relatie behoorlijk in de weg staan. Wat voorheen misschien vanzelfsprekend was gaat niet meer vanzelf, of misschien was het wel nooit wat je ervan verwacht had.

Dat is jammer en niet nodig. Want juist het hebben van een prettige seksuele relatie draagt bij aan je algehele gezondheid; het ontspant, het verbindt, relativeert, vergroot de intimiteit en geeft energie. Seks valt vaak als eerste van het lijstje als we het erg druk hebben, vermoeid zijn, stress ervaren of bijvoorbeeld lichamelijke of geestelijke klachten hebben. Terwijl het juist ook dan eigenlijk zo helpend zou kunnen zijn om weer beter in je vel en in je relatie te zitten.

Als er sprake is van prettige seks stroomt de levensenergie voelbaar door je lichaam. Is de seks niet prettig of is er sprake van seksuele problemen dan is dat vaak ook merkbaar in hoe je je voelt over jezelf, je relatie en kan het zelfs van invloed zijn op je dagelijks functioneren.

Daarnaast is seks ook bewegen en bewegen is bewezen gezond!

Podotherapeut: voorkom turnblessures

David Müskens is onder andere podotherapeut van beroep. De turnsport speelt een belangrijke rol in zijn leven. Hij heeft vroeger zelf altijd geturnd en is uitgekomen op Nederlandse kampioenschappen. Ook is hij werkzaam geweest als eerste graads sportdocent op de sportacademie en heeft hij turnselectiegroepen mogen trainen. David werkt nu tien jaar als therapeut en behandelt wekelijks diverse (top) gymnasten uit het hele land

Gymnastische sporters vragen veel van hun lijf. Dat is prima. Maar soms geeft het lijf toch een bepaald signaal af. Dat het even teveel is of dat je eenzijdig belast. Vaak uit zich dit in een blessure.

Wanneer er sprake is van een klacht aan de voet, knie, heup of lage rug is het mogelijk dat een podotherapeut jou kan helpen. De reguliere podotherapeut maakt dan een inlegzool voor in je dagelijkse schoenen. Maar jij als (top)turner hebt juist last IN de turnhal. Als je juist niet jouw dagelijkse schoenen draagt.

Een praktijkvoorbeeld zijn hielklachten (Morbus Sever). Hierbij is sprake van een geïrriteerde groeischijf omdat de hielen veel harde klappen krijgen te verduren tijdens het sporten. Dit komt omdat gymnastische sporters vaak hypermobiel zijn.

Dit is handig bij het turnen, maar doordat de bewegingen in de gewrichten erg ruim zijn, zorgt dit ook voor een enorme trekkracht aan spieren en banden. Dit kan leiden tot pijn aan de peesplaat onder de voetboog (fasciitis plantaris) of last van de achillespezen, knie- of enkelbanden.

Daarom heb ik als als podotherapeut mijn turnachtergrond gebruikt heb om een zooltherapie te ontwikkelen speciaal voor in turnschoenen. Die ontworpen is om de impact van de harde klappen te verkleinen en je voet optimaal te ondersteunen. Speciaal voor top en recreatie turners vanuit alle acrobatische sporten. Zodat jouw blessure je niet hoeft te remmen in jouw sport.

Als je bij een podotherapeut komt, krijg je een uitgebreid onderzoek bestaande uit een vraaggesprek, standsanalyse, functieonderzoek, de palpatie en een digitale loopanalyse. Daarna wordt de zooltherapie in de schoen aangemeten. In mijn praktijk is deze ‘inlay’ speciaal ontworpen voor turnschoenen. Deze bevat namelijk schokdempend materiaal en daarnaast verschillende corrigerende elementen om de voet in de juiste positie te plaatsen.

Ben je nieuwsgierig of dit jou ook kan helpen? Meer informatie is te vinde op: www.turnpodotherapie.com

Topsportcoach: motiveer je creativiteit

Cynthia Danvers is internationaal jurylid en voltigetrainer. Ze staat bekend om haar unieke thema’s, originaliteit en creatieve aankleding. ‘Vault like there is no midnight’ is na vorig seizoen een begrip geworden, die zelfs door de FEI (internationale paardensportbond) is opgepikt. Lees hier haar geheim:

Iedereen kan creatief zijn, maar we verstoppen onze creativiteit al snel door de uitspraak: “ik ben niet creatief!” Wie zich openstelt om deze gedachte te laten varen en je gevoel laat spreken, zal merken dat je je nergens voor hoeft te schamen. Iedereen kan wel iets creatiefs bedenken of uitvoeren!

Mijn motto is: “waar een wil is , is een weg!”

Maar hoe vind je die weg? Door ‘out of the box’ te denken, bedenkt ons brein de meest creatieve dingen. Dit klinkt moeilijk, maar het begint met inspiratie.

In onze sport ‘voltige’ hebben we deze inspiratie vooral nodig bij de kür. Hier bedenk je een thema als leidraad voor de oefeningen en voor de muziek. Ik kan mijn creativiteit triggeren door mijn eigen leerlingen. Ik vind het een sport om het uiterste uit ze te halen en ze optimaal te laten presteren. Dit doe ik onder andere door ze te motiveren en hun creatieve skills te ontwikkelen.

www.KNHS.nl

De grootste vijand van jezelf, en van je leerlingen, is jezelf open durven stellen om creatief te zijn. Vanuit onzekerheid wordt hierbij vaak gedacht: “Wat vinden anderen van wat ik doe?” of “Is dit niet raar?” of een hele bekende: “Straks sta ik voor schut!” Het gevolg hiervan is dat je iets simpels en/of iets veiligs gaat doen. Maar dat is saai.

Daar gaat het dus mis, leer je leerlingen (en jezelf) om speciaal te zijn, en laat merken dat je ze ook speciaal vindt!! Geef ze het zelfvertrouwen en geborgenheid. Dit doe je door te laten zien dat je achter hun ideeën staat. Geef positieve feedback en geef eerder een aanvullende tip dan dat je hun idee afkeurt.

Leer ze om zichzelf open op te stellen, bijvoorbeeld door jezelf ook kwetsbaar op te stellen. Vorm hierbij een team met jouw leerlingen. Hier kan je een rolmodel zijn. Doordat ze zichzelf open stellen, wordt hun creativiteit meer ontwikkeld en ervaren ze dat je er dan veel meer van kan genieten als sporter.

www.pixabay.com

Wat ook kan helpen is een thema met muziek kiezen, wat bij de voltigeur past. Laat ze ook in dit proces zelf meedenken. Leer ze om de muziek te voelen en met de kür oefeningen een verhaaltje te laten vertellen. Verdiep je daarbij in het verhaal en zorg dat je samen enthousiast wordt. Het is jullie feestje!

Een derde tip is om ervoor te zorgen dat ze de kür goed kunnen uitvoeren en beheersen. Daardoor gaan ze met meer zelfvertrouwen de ring in tijdens een wedstrijd. Ze weten dat het wel goed komt.

En het allerbelangrijkste; dat ze er plezier in hebben. Vanuit plezier komen de beste resultaten en laat je de meest natuurlijke uitstraling zien die er is. Als je zo hard getraind hebt dat het in de training (bijna) altijd lukt, wordt je veel opener en straal je meer zelfvertrouwen uit.

Conclusie:  “The Sky is the limit” en wordt alleen maar beperkt door jouw eigen denken.

www.pixabay.com

Meer weten over Cynthia? kijk op Facebook of haar website

Sportpsychologe: coach je sporter onafhankelijk

Wat is het dat goede sporters top maakt? Hoe komt het dat sommige goede atleten de top halen, waar anderen op subtop niveau blijven hangen? En hoe kan je als coach helpen het volledige potentieel van je sporters te vervullen? Sportpsychologe Nicky Bosman legt uit:

Onderzoekt wijst uit dat één van de dingen die de top van de subtop onderscheidt zit in een gevoel van verantwoordelijkheid. Op het allerhoogste niveau is het in veel sporten namelijk zo dat de fysieke verschillen miniem zijn, we kunnen het niet meer gooien op talent, iedereen die het tot subtopniveau haalt heeft een zekere mate van aanleg en heeft er hard voor gewerkt.

Iets wat wel het verschil kan maken is de efficiëntie van je training. Als jij uit dezelfde hoeveelheid training meer rendement haalt kan je sneller groeien.

Wetenschappers hebben de échte toppers en de net-daaronder-toppers allerlei vragen gesteld, om maar te kijken wat nou het verschil is. Het blijkt dat de échte toppers vooral meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen trainingen. Het blijkt dat de crème de la crème van de sporters beter zijn in het reguleren van hun eigen leerproces en daardoor hun trainingstijd veel efficiënter kunnen gebruiken.

Deze sporters volgen dus niet blind de aanwijzingen van de coach, maar zijn zelf de baas over hun leerproces. Dat betekent niet dat ze niet luisteren naar aanwijzingen, het betekenT alleen dat ze actief meedenken over hun eigen vooruitgang. Ze komen naar een training met een trainingsdoel dat past in hun lange termijn plan, een trainingsplan en een stevige hoeveelheid motivatie en zelfvertrouwen.

Tijdens de training zijn ze zelf in staat in de gaten te houden of ze nog richting hun doel aan het trainen zijn en stellen hun plan eventueel een beetje bij. Na een training kunnen ze je vertellen wat er goed ging en wat minder, hoe dat relateert aan hun eerdere prestaties en wat ze hieraan willen gaan doen. Ze zijn dus de hele training actief bezig zichzelf te verbeteren.

Nu is het makkelijk om te denken, ‘Dat zijn dus die sporters die altijd vooraan staan bij een oefening, en die voor en na de training een half uur extra training pakken’. Dat is niet per se waar. Zelfregulerende sporters creëren voor zichzelf een zo optimaal mogelijke trainingssituatie. Dat kan ook zijn door als vierde of vijfde in het rijtje te gaan staan, omdat ze weten dat ze graag eerst even kijken hoe een ander een oefening uitvoert. Het kan ook die sporter zijn die juist even een oefening overslaat, omdat hij zijn hamstring een beetje voelt trekken.

Het is dus als coach best moeilijk om te herkennen wanneer iemand ‘goed bezig’ is. Het kan goed zijn dat je zelfregulerend gedrag afschrijft als koppig of lui en de ‘ADHD-sporter’ die met veel energie maar zonder na te denken meteen vooraan staat een pluim geeft.

Maar hoe stimuleer je zelfregulatie nou als coach? Het is heel belangrijk om sporters geleidelijk steeds meer verantwoordelijkheid te geven. Als coach kan het moeilijk zijn om de controle uit handen te geven en als sporter is het best eng om die verantwoordelijkheid te voelen. Dat kan dus niet van de ene op de andere dag. Je kunt wel als coach de juiste gedachtes en gedragingen stimuleren.

Door de juiste vragen te stellen kan je de juiste gedachtegang helpen opstarten: ‘Wat is je doel in deze training vandaag?’ ‘Hoe ziet dat doel er precies uit, met andere woorden, wanneer ben je tevreden?’ ‘Welke stapjes ga je zetten om te zorgen dat je aan het eind van de training je doel hebt gehaald?’ ‘Wat ging er goed vandaag? Wat ging er minder? Wat ga je de volgende training anders doen?’ Maak sporters verantwoordelijk voor kleine dingen, zoals het meenemen van de juiste kleding en materialen, het op tijd op training verschijnen of bijvoorbeeld het doordraaien tussen de oefeningen.

Een goede manier om autonoom gedrag te stimuleren is het inbouwen van een zelfstandig trainen kwartiertje. In dat kwartiertje mogen de sporters zelf weten wat ze trainen. Ze kunnen natuurlijk altijd om technische hulp vragen, maar ze moeten wel zelf bedenken wat ze gaan doen. Als dat nog lastig is kan je bijvoorbeeld een aantal opties geven om uit te kiezen.

Het kan helpen om per optie de consequenties vast aan te geven. ‘Je kan vandaag je beste oefening extra trainen, dan krijg je daarvoor misschien nog wel meer punten de volgende keer, of je kan ervoor kiezen om je slechtste oefening extra te trainen, dan gaat dat lage cijfer vanzelf hoger worden’.

Het is belangrijk om te onthouden dat, net als bij fysieke training, deze mentale skills tijd nodig hebben om te ontwikkelen. Ook zal het bij de ene sporter sneller gaan dan bij de andere. Net zoals niet elke 8-jarige of 16-jarige fysiek hetzelfde is als zijn leeftijdsgenoten, kunnen ook mentaal grote verschillen ontstaan.

Voor meer informatie over zelfstandigheid stimuleren, mentale training voor sporter of coach of ander sportpsychologisch advies, kijk op www.nickybosman.nl of contact info@nickybosman.nl.

nicky