Video trechtermodel

Het trechtermodel is een praktische vertaling van de succesvolle methodiek vanuit de gezondheidszorg, om jouw coaching op een optimaal niveau te brengen.

Namelijk door jouw handelen te baseren op wetenschap, ervaring en de specifieke kenmerken van jouw sporter.

In samenwerking met de video factory hebben we een video gemaakt om dit model duidelijker te maken.

Alvast bedankt voor het kijken!

Lichamelijke energiesystemen ‘made easy’

Ons dagelijks bestaan bestaat uit bewegen: bewegen om te eten, bewegen om te verplaatsen en zelfs in onze slaap bewegen we om te overleven. Maar om te bewegen is er energie nodig, in de natuurkunde wordt ook wel de term arbeid gebruikt. Hoe komt ons lichaam aan energie? De meeste weten waarschijnlijk wel dat energie uit je eten komt. Maar voordat deze energie omgezet kan worden in bewegen, gaan hier heel wat processen aan vooraf. De processen die voor het sport en bewegen met name interessant zijn, zijn de energiesystemen van het lichaam.

Zij produceren namelijk ATP (adenosinetrifosfaat). Dit is als het ware de benzine, of de wind als je van schone energie houdt, voor je spieren. Spieren splitsen ATP, waardoor er energie en warmte vrijkomt. Daarnaast hou je restproducten over, die door de energiesystemen weer in ATP omgezet kunnen worden. De naam klinkt heel ingewikkeld, maar de naam beschrijft de bouwstenen, ofwel atomen waaruit de stof (molecuul) is opgebouwd. Dus eigenlijk zijn atomen legosteentjes en is het molecuul het bouwsel van je peuter, wat niet direct een herkenbare vorm heeft, maar wel één geheel is.

ATP komt uit goede voeding. meer weten kijk dan bij Voeding.

Maar dan?! We hebben namelijk soms snel energie nodig, soms langdurig en soms heel intensief. Eén energiesysteem is dus niet voldoende. Daarom hebben we in grote lijnen 3 energiesystemen: het ATP/CP-systeem, de aerobe glycolyse en het aerobe systeem (welke nog bestaat uit aerobe glycolyse en vetverbranding). Laten we de volgende vergelijking maken:

  • Het ATP/CP systeem is Dafne Schippers ofwel een 200-meter sprinter
  • De anaerobe glycolyse is Ellis Ligtlee ofwel een 2 km Keirin fietser
  • Het aerobe systeem vergelijken we met een Volkswagen E-up (VWE). Een elektrische auto met een topsnelheid van 130 km/u. Lager dan de meeste benzine auto’s, maar wel met een ‘schonere uitstoot’.

Voor degene die niet van vrouwelijke sporters houden, kan men ook Churandy Martina en Matthijs Büchli als voorbeeld gebruiken. Maar helaas mag de elektrische auto niet ingeruild worden voor een Tesla, want die kan te hard rijden voor dit voorbeeld.

Stel dat deze drie bij de start klaar staan. Op het moment dat het startschot afgaat is Dafne gelijk weg, Ellis start vertraagd, want die moet achter de derny blijven en de auto moet nog opgestart worden, tenslotte veiligheid voor alles. Spiegels goed instellen, gordel om, “O, nee”, dat had als eerste gemoeten… Ook al moeten we even wachten op Ellis en de VWE, Dafne zorgt gelijk voor actie. We zijn dus direct in beweging. Helaas houdt Dafne dit maar een paar seconden vol en zal Ellis het toch echt over moeten nemen. Na 10-15 seconden is Dafne behoorlijk leeg en gaat Ellis er als een speer voorbij. De VWE is ondertussen opgestart en rijdt rustig weg, men moet tenslotte niet over Dafne of Ellis heen rijden. Ellis gaat als een trein (geen Fyra) en is na ongeveer 30 seconden op topsnelheid. Maar helaas begint ze na één minuut toch aardig te verzuren en vermoeid te raken en na twee minuten moet ze toch echt snelheid minderen. Gelukkig is daar de VWE, deze kan rustig nog 160 km doorrijden, maar doet dit wel met een lage snelheid om het zo lang mogelijk vol te houden.

DSC_3918

Dit is globaal hoe de energiesystemen in ons lichaam werken. Het ATP/CP-systeem geeft namelijk voor 10 seconden, bij goed getrainde sporters 15 seconden, een explosiviteit aan energie, maar is daarna volledig leeg. Dan neemt de anaerobe glycolyse het over. Hier is de snelheid of explosiviteit van bewegen nog steeds hoog, maar wel iets lager dan bij het ATP/CP-systeem. Wel kan men dit systeem langer benutten, namelijk enkele minuten. Het nadeel is dat dit systeem vaak wel leidt tot verzuring. Wil je weten hoe dat voelt? Houdt maar een boodschappen tas met gestrekt armen recht voor je vast. Als het pijn gaat doen: dat is verzuring. Vroeger werd gedacht dat dit door de productie van lactaat kwam, maar dat staat stevig ter discussie. Ook de anaerobe glycose schiet te kort om de activiteit langdurig vol te houden.

Maar we hebben de VWE nog, ofwel het aerobe systeem! Het voordeel van het aerobe systeem is, dat je de activiteit heel lang kan volhouden, het nadeel is dat de intensiteit waarop je dit kan volhouden lager is dan bij de andere twee systemen. Ook zien we bij dit systeem geen ophoping van lactaat of H+ionen ontstaan en kan het aerobe systeem zelfs deze stoffen opnemen en weer omzetten in energie. Dus eigenlijk ruimt dit systeem de reststoffen van het andere systeem op. Vandaar de schone uitstoot, zoals bij een elektrische auto. De ‘uitstoot’ van het aerobe systeem bestaat uit water, warmte en CO2.

Nou is het niet zo dat je de eerste twee energiesystemen op maakt en dat deze dan de kleedkamer weer in kunnen. Als Dafne en Ellis even uitrusten, kunnen ze nog een keer, het zij iets minder intensief dan de eerste poging, maar het kan nog steeds. Zo werkt het ook in ons lichaam. Als we blijven bewegen, herstellen de verschillende energiesystemen en kunnen we tussendoor weer een keer versnellen. Anders zou 90 minuten voetballen in slow-motion gebeuren en vrij saai zijn. Wel wordt de kracht en snelheid steeds minder en er komt een moment dat de energie in het lichaam op is! Dan is het tijd voor een goede cooling-down, rust en goede voeding. Zodat we bij de volgende wedstrijd weer vooraan kunnen staan!

Deze blog is geschreven om het voor ‘leken’ meer inzichtelijk te maken hoe de energiesystemen in ons lichaam werken. heb je aanvullende suggesties? Laat vooral van je horen!

Het trechtermodel in een notendop

Wat zou je graag willen bereiken met het coachen? Wat is je uiteindelijke doel? En als je doel duidelijk is, hoe kom je daar? Welke stappen moet je zetten? Hoe haal je het maximale uit je coaching? Deze vragen kun je beantwoorden als je het trechtermodel gaat inzetten. Beschreven in het boek ‘oefenen is meer dan trainen’, wordt het model stap voor stap toegelicht en methodieken beschreven die je kunnen helpen als coach om jezelf verder te ontwikkelen. In deze blog wordt het model in grote lijnen uitgelegd. Maar als je niet van lezen houdt, kan je ook de volgende video bekijken:

We hoeven niet allemaal Olympische topcoaches te worden, al zouden sommigen dat misschien wel aspireren, maar het coachen moet je vooral iets brengen of anders gezegd; het moet jou iets opleveren. Een Olympische medaille is leuk, maar men kan ook denken aan de succeservaringen bij je sporter, het genieten van het moment waarop alles samen komt, de energie die het coachen kan opleveren, de persoonlijke groei die je zelf ervaart als coach en natuurlijk het plezier van het bezig zijn met iets waarvan je houdt. Om deze doelen te bereiken is er een hulpmiddel: het trechtermodel*.

Het trechtermodel bestaat uit drie pijlers, die samenvloeien tot een professionele coach. Met een professionele coach, wordt vooral een coach bedoeld die het beste uit zichzelf wil halen en de beste coach wil zijn, die diegene kan zijn.

De pijlers zijn:

  • eigenheid en kennis van de sporter
  • openstaan voor wetenschap en collega’s
  • eigenheid en kennis van de coach

en deze zien er visueel als volgt uit:

trechtermodel
              © 2016 Roos Hanemaaijer-Slottje

Als we starten met de eerste pijler, namelijk de eigenheid van de sporter, dan komen we al gelijk bij het belang van ervaring. Want als je als coach langer met iemand samenwerkt, leer je deze steeds beter kennen en kan je bepaalde dingen ook beter inschatten. Namelijk of een bepaalde techniek of werkwijze voor je pupil geschikt is, maar ook of diegene wel lekker in diens vel zit. Soms schiet deze ervaring te kort of ken je een sporter nog niet zo goed. Om je te helpen met de eigenheid en kennis van de sporter, zijn een aantal methodieken ontwikkelt. Zo kan je middels de theorie van Charles Gustav Jung ontdekken hoe jouw pupil in elkaar steekt en waar zijn karakter met name door gevormd wordt.

Als we kijken naar een deel van de tweede pijler; de wetenschap, zijn er al meerdere sporten die hier hoog op ingezet hebben. Denk maar aan de klapschaats, de lichtgewicht fietsen in het wielrennen, de kleding bij het zwemmen en hartslagmetingen bij paarden in de paardensport. Maar we zouden nog veel meer wetenschap met elkaar kunnen delen. Veel sporten lopen namelijk tegen dezelfde problemen aan. Daarnaast geven zaken zoals trainingsleer, inspanningsfysiologie, sportpsychologie en motorisch leren een algemene basis voor iedere sportcoach. De onderzoeksdatabase van het kenniscentrum sport een goede bron.

Het andere deel van de tweede pijler gaat over collega’s. Collega’s die je kunnen wijzen op wat beter en misschien anders kan. Stel je zelf open voor frisse en nieuwe ideeën of eventuele aanpassingen van bestaande ideeën. Deel je eigen kennis om anderen te helpen en wordt daarmee zelf ook weer aangescherpt in jouw eigen kunnen.

Komt er weerstand op het delen van deze waardevolle kennis? Dat is jammer! Want een goede coach staat nooit stil. Die evalueert en reflecteert op zichzelf en loopt daardoor altijd voor op de ‘concurrentie’. De kennis van een coach is tenslotte nooit compleet. Daarnaast is de kennis die je hebt onderhevig aan veranderingen of schat je soms bepaalde kennis verkeerd in.

Door kennis te delen zal men erachter komen dat veel sporten een gemeenschappelijke deler hebben. Door dit te uit te wisselen kan men van elkaar leren, vooral hoe men met soortgelijke drempels of problemen omgaat. Mogelijk kan men hier zelfs gemeenschappelijk iets aan doen.

En dan de laatste pijler van het model, het integrerende component. Het is namelijk de coach die al deze elementen op waarde kan inschatten en kan plaatsen op een wijze waardoor de pupil of sporter optimaal kan presteren. Deze schat in hoeveel kennis de sporter wil hebben en ook nodig heeft. Daarnaast kan deze inschatten hoe toepasbaar het wetenschappelijke bewijs is op diens eigen sporter. Want een onderzoek is gegeneraliseerd en als iets voor 80% van de mensen goed werkt, kan jouw sporter net in die overige 20% vallen. Dan zal je toch een andere tactiek moeten kiezen. Dit geldt ook voor de ervaringen van de collega’s. Een professionele coach kan deze het beste op waarde schatten voor diens sporter.

De conclusie van dit verhaal is dus: door de drie pijlers van het trechtermodel in te zetten, kan iedereen een professionele en vooral een ‘happy’ coach worden. Mede omdat je trouw blijft aan jouw eigenheid en die van de sporter en kennis uit meerdere invalshoeken kan inzetten en gebruiken.

Wil je meer informatie, tips en adviezen? Bestel mijn boek of neem contact op!


Mijn boek: ‘Oefenen is meer dan trainen’ is uit!

!!Vandaag is de grote dag dat mijn boek uit komt!!

9789402228410_cov

Vanaf het moment dat ik besloten had mijn boek uit te laten geven, ben ik door een achtbaan van emoties gegaan. Van blijdschap en trots, naar angst en twijfels om nu te zweven tussen gezonde spanning en gepaste trots. Het is eindelijk zover! Een spannend moment en gelijk een moment van reflectie. De reden waarom ik dit boek geschreven heb, was enerzijds om voor mezelf eens op papier te zetten wat ik weet, geleerd en meegemaakt heb met betrekking tot het coachen en anderzijds om mensen te inspireren om zich continu te blijven ontwikkelen. Het boek is de aanleiding geweest voor mijn website en vervolgens voor het schrijven van blogs. Met als doel om een platform te creëren voor mede-enthousiastelingen om inspiratie en kennis mee te delen.

En gelukkig zijn er al meer mensen met mij enthousiast geworden en heb ik deze week mijn eerste expertblog kunnen plaatsen van Feline Jurgens. Hopelijk zullen en er nog velen volgen!
Ik hoop dat het boek, de website en de blogs mensen helpen om hun ideeën, suggesties en ervaringen te delen en tegelijkertijd anderen hierin aan te vullen of simpelweg elkaar te complimenteren. Want dat gebeurt nog te weinig naar mijn mening.

   Maar waar gaat het boek nou eigenlijk over. Dat zal ik kort proberen uit te leggen, al zal je voor het hele verhaal toch echt het boek zelf moeten bestellen 😉
Het trechtermodel is een model wat ik gebaseerd heb op het EBM-model* uit de gezondheidszorg. De drie pijlers van het EBM-model: ‘research evidence’, ‘patient preferences (and actions)’ en ‘clinical expertise’ heb ik vertaald naar:

  • eigenheid en kennis van de sporter
  • openstaan voor wetenschap en collega’s
  • eigenheid en kennis van de coach

En het geheel ziet er visueel zo uit:

trechtermodel
© 2016 Roos Hanemaaijer-Slottje

Maar wat heb je er nou eigenlijk aan als coach? Dit model helpt je om je handelen meer professioneel te maken, maar ook om de samenwerking met de sporter te optimaliseren. Het ondersteunt je om je beslissingen te baseren op wetenschap, ervaring van collega’s en van jezelf. Waarbij je rekening houdt met hetgeen het beste past bij jouw sporter, maar ook bij jou als coach. De coach is het integrerend geheel en weegt continu de verschillende facetten ten opzichte van elkaar af. Hierdoor is je handelen actueel en onderbouwd (state of het art), transparant, efficiënt en vooral nooit af!
Want een professionele coach blijft evalueren, reflecteren en leren. Daarom zal men ook niet bang hoeven zijn voor ‘concurrentie’ en juist de feedback van anderen kunnen omarmen om er zelf van te groeien.
Door deze facetten toe te passen in je coaching kan je vanuit je kracht gaan coachen, kunnen obstakels overwonnen worden en kan de optimale voldoening uit het coachen gehaald worden. Delen van dit model worden ook in verschillende blogs nader toegelicht en worden vooral gelinkt aan ervaringen. Ervaring is namelijk het integrerend element van dit model!

voor meer informatie zie ook de blog op volg-je-eigen-pad.nl: klik hier!

Ik hoop dat jullie geïnspireerd raken om het beste uit jezelf te halen als coach en hierin je sporter te begeleiden op zijn/haar pad. Natuurlijk hoop ik ook dat het trechtermodel een katalysator kan zijn in dit proces. Want uiteindelijk volgt iedereen zijn eigen pad!

www.volgjeeigenpad.nl