Onderwijs innovatie is weer terug naar de basis

Een paar weken terug mocht ik, op uitnodiging van mijn uitgever, naar het BSL-congres Zorgonderwijsvernieuwers. Het was een dag vol inspirerende sprekers met het algemene thema: de toekomst van zorgonderwijs. Tot mijn blijdschap merkte ik dat ik niet alleen stond in mijn visie op onderwijsinnovatie, namelijk dat de nieuwste technologie en ideeën niets betekenen zonder eeuwenoude onderwijsprincipes.

Kwaliteit docenten

Docenten zijn namelijk opgeleid om contact te maken met hun studenten, leerlingen of deelnemers. Van oudsher ging dit face-to-face, tegenwoordig steeds meer online. Dat contact maken is juist de bepalende succesfactor in het onderwijs. Denk hierbij aan het aansturen op emoties van blijdschap en hoop, zodat de ontvanger beter kan leren (Voerman & Faber, 2016), alsook het ervaren van een (relationele) verbinding met de ander, voor het verhogen van de intrinsieke motivatie ( Deci & Ryan, 2002). Elementen die online alleen mogelijk zijn door het raadplegen van een competente docent in combinatie met ervaringen van de ontvangers.

Starten met het juiste uitgangspunt

De docent en ontvanger moeten dus ingezet zijn bij (digitale) innovaties in het onderwijs. Wat nu vaak niet het geval is. Spreker Marian Adriaanse, lector ‘Innovatie in the care’, liet zien dat deze fout niet alleen in het onderwijs gemaakt wordt. Binnen de zorgtechnologie komt het nog te vaak voor dat technologie gelijk als oplossing wordt aangedragen, voordat er goed naar het probleem is gekeken. Een mooi voorbeeld waren zorgrobots in een verpleeghuis, die nu nog uit het raam staan te staren, omdat niemand zich capabel voelde ze in te zetten. Er was door deze partij flink geïnvesteerd in de technologie, maar niet in de implementatie.

Implementatie

Waar verpleegkundigen en patiënten centraal horen te staan bij de implementatie van zorgtechnologie, horen docenten en studenten centraal te staan bij de implementatie van onderwijsinnovatie. Als dit uitblijft zie je vaak dat een goed idee van hogerhand niet opgepakt wordt door de uitvoerders. Je kan dan spreken over eigenaarschap dat niet genomen wordt door de docenten. Ofwel, de docenten pakken niet de verantwoordelijkheid om de implementatie van nieuwe technologie succesvol te laten verlopen.

Eigenaarschap

Dat is hun niet te verwijten, als je de informatie van sprekers Anna van Rijk en Else den Osch, van stichting zin in onderwijs, meeneemt. In hun verhaal werd aangegeven dat er randvoorwaarden nodig zijn om eigenaarschap te nemen. Zoals jezelf competent voelen. Dat je ervan overtuigt bent dat je het kan en dat het je gaat lukken. Daarnaast is autonomie ervaren ook van belang, ofwel dat je mee mag denken in het hele proces van keuze tot implementatie. Elementen die vooral invloed hebben op de motivatie om er iets mee te doen.

Zij stelden voor om docenten en/of studenten zelf de casus op te laten lossen, waar je als management of curriculumraad tegen aan loopt in de praktijk. Hoe zouden de betrokkenen zelf deze situatie oplossen? Hoe gaan zij met de beperkingen van de gestelde kaders om? Want om verantwoordelijkheid of eigenaarschap te pakken, moet je deze ook krijgen.

Focusgroep

Het meenemen van je doelgroep werd ook door Saskia Wenniger, mediawetenschapper, als kernpunt toegepast. Zij gaf een specifieke workshop gericht op het gebruik van educatieve video’s. Heel toepasselijk begon zij met de vraag: moet het met een video? Of kan het ook anders opgelost worden? Ook zij legde dus niet de focus op het middel, maar op het doel. Aangepast op de doelgroep en de context van het onderwijs.  

Geld besparen

Haar advies was ook om de doelgroep mee te nemen in je focusgroep, tijdens de ontwikkeling van de video. Zodat je na de brainstormsessie of na het maken van het script toetst of het middel zijn doel kan behalen, voordat er ook nog maar één seconde is gefilmd. Zo gooi je geen onnodig geld over de balk en de kans op een succesvol resultaat van je gekozen interventie wordt malen groter.

Ethiek

De laatste voorstander van eerst kritisch nadenken en onderzoeken, voordat je iets implementeert, was ethicus Menno de Bree.  Hij beschuldigde ons onderwijssysteem van luiheid. Bijvoorbeeld door het blindelings overnemen van het Canmeds model voor zorgonderwijs. Een model dat gemaakt is voor Canadese artsen in opleiding en zo is overgenomen door zowel fysiotherapeuten als verpleegkundigen in Nederland.  

Canmeds-model

Waarom niet eerst kritisch nadenken over de verschillende competentiegebieden en hoe deze aansluiten bij onze Nederlandse professionals? Waarom niet eerst onderzoeken of de beroepsgroep zelf zich hier wel in herkent? Vanwaar het idee dat een model voor artsen, geen aanpassingen nodig heeft om aan te sluiten aan de behoeftes van fysiotherapeuten en verpleegkundigen?  

Tot slot

Je leest het al. Ik ging met veel nieuwe inzichten en kritische kanttekeningen naar huis na dit congres. Maar ook met de bevestiging dat onderwijsinnovaties alleen een kans van slagen hebben, als we vasthouden aan oeroude onderwijsprincipes. Om te beginnen met de centrale vraag binnen de didactiek: hoe zorgt de leraar ervoor dat de leerling leert?

Literatuur

  • Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2002). Handbook of self-determination research. Rochester, Verenigde staten: University Rochester Press.
  • Voerman, L., Faber, F. (2016). Didactisch coachen, hoge verwachtingen concreet maken met behulp van feedback, vragen en aanwijzingen. Baarn: De Weijer uitgeverij.
Volg en like effectief sporten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *